Donderdag 6 mei
Als je houdt van heel lang rijden, een houten kont en zere schouders dan raden wij als reisteam de overgang Trellenborg van harte aan. Zorg wel dat je topgezelschap hebt (zoals wij), leuke muziek (zoals wij) en voldoende versnaperingen (zoals wij) want wat een Typhus Tering end is dit.
We begonnen relaxt met opstaan om 8 uur, gepland vertrek 10 uur. Nog even wat dingen in de vrachtwagen. Jolieke bedacht steeds meer en voor we het wisten gingen we bijna vol weer terug.
Nieuwe Coronatesten: we zijn gehoorzaam en negatief in alle opzichten. Ook over de afname. Daan nam die van mij af. Best moeilijk tips geven met zo’n ding in je neus. Wat nasaal zei ik dat hij wel door moest raggen. Maar ik bedoelde niet dat hij dat ding er bij mijn oog weer uit moest laten komen. (Het stokje was recht voor de afname.)

Het was raar om dag te zeggen en niet te weten wanneer je Jolieke weer zou zien. Ook lastig om haar daar alleen te laten.
We probeerden nog wat extra dingen af te vinken op onze onderweg bingo. We zagen een aantal kraanvogels maar met 3 auto’s achter ons; geen succes. Daarna twee vlak naast de weg maar ook op topsnelheid. Suckers zijn het ik verdenk ze van opzet. Maar toen een enorme groep, en Daan is echt superhandig met de draakmobiel geworden en deed een U turn over het fietspad. Ik moest even een stuk lopen over een net bemest land, maar wat gaaf!!!
Bij elke flitspaal zwaaien we in de hoop op een foto. Het wordt een gewoonte. Kijken wij niet meer raar van op. Maar de aardige mevrouw op de zijweg keek wel heel verbaasd en blij. Je wordt natuurlijk niet dagelijks zo enthousiast begroet.

Daarna hadden de mannen bedacht dat we naar onze eigen Mac gingen. Ik verdenk ze dat het om het hottie achter de kassa ging. Om er te komen was nog wel een dingetje. Als de waarschuwings -kussens “kloink” op het dak doen betekent dat een u-turn over de middenberm. Gelukkigs Daans specialiteit.

Ze herkende ons niet. Teleurstellend. Maar het sorteersysteem bij deze Mac maakt alles goed.
Na de Mac was het mijn beurt om te rijden, we wisten de weg terug nog, alleen moesten we links, maar de weg ging rechts. Onze TomTom bedacht een nieuwe route. Ook bij 3,1m lopen we vast. En draaien maar weer. En door, en draaien. Waarom heeft een stadje allemaal viaducten waar auto’s niet onderdoor kunnen? Wie bedenkt dat?
Maar on the road again besluiten we dat een eland nog leuk zou zijn. Twee kilometer verder roept Daan: “ik zie er één”. We lopen heel goed op schema en zijn retegoed in U-turns dus we gaan terug. (Eerlijk is eerlijk eigenlijk meer om het stuk hout te zien waar hij een eland dacht). “Nee hij is weggelopen” maar dan “maar daar wel”. En we zien haar alledrie. Wat een bizar raar groot beest.
Nu zijn we veel te vroeg in de haven van Trellenborg. En we willen liggen en slapen. Of wandelen en gezellig wat drinken. Helaas, we staan superleuk in rij 112 van Terminal C.