Dangerous roads


Het regent als we wakker worden. Nou liever gezegd als ik wakker word, Roelof heeft niet lekker geslapen. Het laken is ruw en hard, het bed kraakt onvoorstelbaar. Voorzichtig omdraaien klinkt als de complete Kama sutra. Hij ligt al even wakker. En het is koud boven de dekens.

Volgens onze gastvrouw is de weg die we nu gaan niet gevaarlijk. Even naar boven en dan gewoon afdalen. Zij is vast pittiger gewend. Voor ons is het andere koek. Ze zijn overal met de weg aan het werk. Het oppervlak is soms wat glibberig en de weg niet echt breed. Ik heb wel eens rustiger gezeten.

Maar wat een weg, wat een uitzicht. We komen bij een gletsjer, we rijden in de wolken. En overal bloemen in alle soorten en maten. Het is de mooiste weg die ik ooit gereden heb.

Het bizarre is wij rijden net 15 km per uur maar iedere stop die we maken is er een hond uit het eerste dorp die meeloopt. Wat een bikkel. Maar we maken ons wel zorgen, beter zou hij terug gaan. Gelukkig doet hij dat uiteindelijk na een kilometer of 20.

En dan komen we aan in Tskaltubo. Een oude badplaats waar vroeger de Russen kwamen kuren. En met de val van de Russen waren er geen inkomsten meer. Overal staan enorme panden leeg. Nou ja leeg… gedeeltelijk leeg. Het lijken onbewoonde huizen maar er wonen mensen. Hetzelfde met Russische blokkendoos flats en met kuuroorden. Ik wil graag foto’s maken in zo’n leeg pand.

Maar eerst naar het hotel, het kost wat gebarentaal om binnen te komen bij de poort. Het regent pijpenstelen. Dan toch door naar het hotel, we krijgen hulp bij het uitladen en staan nat voor de balie. Nee we moeten naar het tweede deel. Spullen terug in de auto, onze hulp rent voor ons uit. Hij is drijfnat. Weer uitladen. Jelmer wordt weggestuurd om de auto te parkeren. De dame achter de balie zegt “jullie driver snapt het niet zo goed”, kan wel kloppen hij is onze zoon en wij snappen het ook niet. En dan blijkt dat we toch terug moeten naar deel een. Ze hebben het al laten weten, iemand stuurt Jelmer terug. We slepen de tassen weer, hebben goed contact met de bellboy zo langzamerhand. Eindelijk; een kamer, hij is schoon en saai.

Roelof en ik rijden samen naar een enorm leegstaand hotel maar er blijken toch mensen te wonen. Met handen en voeten vragen we of we rond mogen kijken en foto’s mogen maken. En dat mag. Bizar. En intrigerend. Wat zou ik deze taal graag spreken en hun verhalen horen.


Plaats een reactie