Restje 28/07 Het vliegveld in IJsland heeft een soort kneuterigheid. Je kunt er nog duty free inkopen doen na het landen. Achter de balie van de car rental zit een super aardig stel. Als wij enthousiast vertellen dat we ooit kwamen voor de vulkaan en hij een paar dagen voor we er waren stopte en dat we nu voor het land gingen en de vulkaan als toegift vuurspuugt, beginnen hun ogen te glimmen. Ze vertellen het beste tijdstip, de beste route, hoe mooi het is. Oké dag 1 planning aangepast Golden Circle exit, vulkaan here we come!
We doen boodschappen bij de Cronan en hebben noodles toegevoegd aan onze boodschappenlijst, nu nog een thermoskan vinden. Thijmen vraagt zich af of hij zijn spullen in de auto kan laten. Ik zeg “tuurlijk er wordt hier niet gestolen, je steelt niet van familie” (aantal inwoners in heel IJsland nog geen 400.000 mensen.)
We staan rustig op en ontbijten gezellig samen. Klaar voor onze eerste dag : let’s hike to the volcano. “Hebben jullie je regenjassen bij je?” Ja hebben we, de softshells. “Dat is geen regenjas”. Oh dat is dan sub optimaal.

We beginnen door even Reykjavik in te gaan voor de kerk en koffie. Het is een gezellige dorpse stad. Ik kijk bij een juwelier. Thijmen vertelt Roelof dat ik ringen bekijk van €7000,-. Roelof zegt “dan hoef ik me geen zorgen te maken, het wordt gevaarlijk bij €70,- “. Ik voel me gekend.

Daarna door naar Seltún geothermal area. Roelof en ik waren hier eerder en het is bizar hoe anders maar zeker ook hoe mooi het is. Thijmen probeert de sulfaatkristallen die een soort gele draden vormen vast te leggen.
15 uur we hebben bedacht om laat te wandelen om misschien nog wat schemer mee te pakken, parking 1 route A. Om 15.30 starten we de wandeling. Het weer is perfect: helder, niet te warm, soms zelfs even zon. De route is anders dan de vorige keer. Het zeer steile stuk met touw is vervangen door een steil pad met haarspeldbochten. Zwaar door de kleine steentjes. Het valt ons op dat mensen niet blij kijken als we ze tegenkomen. “Hoe dan?, jullie hebben net een vulkaan gezien!”
Het blijkt bijna 11 km lopen naar de vulkaan en 380m klimmen (en dalen en klimmen). De laatste heuvel brengt me bijna tot tranen. Roelofs we moeten naar boven is niet helpend. Ik reageer met een boos “ik moet niks”.

Maar het uitzicht WOW. We zitten hoog op een berg en kijken in de krater, grote bollen lava vormen en ontploffen. De in de lucht geslingerde lava stolt in bizarre vormen en valt terug in de boiling pot of op en over de rand van de krater, waarna hij even roodgloeiend ligt en daarna zwart afkoelt. We zitten een uur op de rand tot we door en door zijn afgekoeld in de snijdende wind. Zelfs Thijmen is ondertussen overtuigd van het nut van het laagjesprincipe.


We dalen weer af en besluiten verder door te lopen tot we bij de gestolde lava zijn met her en der nog gloeiende lavastromen. Het is hypnotiserend, als kijken in een houtvuur, heel traag verplaatst de kokende steen zich en baant zich een pad. Hier is het eerder te warm dan te koud. En we kunnen ons bijna niet losmaken van dit spektakel.

We weten nu wat de blik van de wandelaars betekende “het was magnifiek maar die 11 kilometer wandeling terug is gewoon net teveel.”

Op de terugweg houdt Pipi’s uitspraak “ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het kan” ons gaande. Of het nou gaat om de afstand van de terugweg, het over gestolde lava lopen, het inhalen van een hardloper, het blijft een passende tekst. (Laatste twee met algemene stemmen afgewezen). Opvallend is dat ondanks alle wandelaars er nergens plastic of ander afval ligt.

Na een uur rijden zijn we om 1 uur; zeer moe maar voldaan terug in ons appartement.