We slapen uit, of liever we vergeten de wekker te zetten. En dus zijn we om 9.30 uur wakker. Jammer want ik las dat het Durbar plein in alle vroegte het mooist was.

In de late ochtend is het ook prachtig. Het is alleen veel warmer.

Goddank hebben ze hier nog mensen die oude ambachten bedrijven. Zodat, na de aardbeving in april 2015, de UNESCO werelderfgoed gebouwen gerenoveerd konden worden. Gelukkig bleef veel ook intact. Het houtsnijwerk, de gesteenhouwde stukken, de gebouwen, zijn ontroerend mooi!

De mensen zijn aardig en prachtig om te fotograferen. Soms met zoom, maar vaak gevraagd. Ik geniet.



We hebben Kumari, de afvaardiging van Durga gezien (de godin van bescherming, moederschap, kracht maar ook vernietiging en oorlog). Haar verkiezing is een bizar ritueel; waarbij ze tussen de 3 en 5 jaar oude meisjes allerlei tests laten ondergaan om te tonen wie de ware reïncarnatie is. Bijvoorbeeld een nacht in een kamer met dierenoffers zijn en niet huilen. Als ze bloedt; door verwonding of menstruatie wordt er een nieuwe gezocht. Dat ze haar hoofd door een raampje stak, daar mocht je helaas geen foto van maken. Maar was wel een uitzonderlijk moment.
En natuurlijk wil onze gids graag een foto van ons maken. Succes als altijd verzekerd. Thijmen werkt tenminste mee.

Daarna hebben we heerlijk gegeten en vooral gedronken. We willen met een taxi naar een Stupa. Er is niet veel keuze en kruipen met zijn viertjes in een Suzuki Alto; we hebben wel eens ruimer gezeten.

Boudhanath stupa, eerst gebouwd buiten Kathmandu, trok in de loop der tijd zoveel gelovigen dat er een wijk omheen ontstond.


Het gebouw is mooi. We lopen mee met de gelovigen. Het mooiste vond ik een moeder met een arm om haar monnikzoon. De trots. Ontroerend.

We kunnen op het eerste dak. Je staat onder de vlaggen en het is indrukwekkend: Het ruizen van duizenden gebedsvlaggen. We lopen een rondje met de klok mee en dan gaan we snel bij een café binnen met uitzicht op de stupa omdat het stortregent.

Fantastisch om al die voorbijlopende mensen te bekijken. Terwijl je droog thee zit te drinken.

En dan terug naar het hotel, we noemen een tempel in de buurt, maar het gaat mis. We staan bij een verkeerde tempel. We discussiëren over de prijs en de afstand en dan haalt de chauffeur een andere chauffeur die ons naar ons hotel brengt.

Wat een rit. Dit is spitsuur zoals het hoort: drie, vier rijen door elkaar. En de regen tussendoor, waardoor de wegen onderlopen. Een taxirit als avontuur.

Morgen om 4.15 uur op vertrek naar Lhassa.