Om 5.45 uur gaat de wekker. Strak om 6.45 uur zijn Henk en Rita er, alle tassen kunnen in hun auto en dan gaan we richting Schiphol. Pas daar leren we elkaar allemaal kennen Henk en Rita en hun zoons Roy en Michel, Nienke en wij met Jelmer en Jasmyn. Zoals Henk verzucht “Jammer dat Thymen (en Lisa) er niet bij is.”
Het lijkt dat onze ouders er een traditie van maken om met sprongen te verslechteren de week voor een vakantie. Heit houdt ons de laatste week actief.

Het is zoals verwacht niet druk op de weg. De tassen vragen nog wat passen en meten in de zelf check in maar alles lukt. Ik koop nog een National Geographic met Roelofs lievelingsdier en ik waardeer de kop dan weer heel erg.


Roelof heeft ons allemaal op een rij geplaatst en tot onze verbazing mist juist deze rij ramen. Nog nooit eerder heb ik dat opgemerkt in een vliegtuig.

Overstap in Nairobi, even wat drinken en door naar Oeganda. Ondertussen beginnen we allemaal de uren wel te voelen. Houten kont, moe. Het vliegtuigje naar Oeganda is een stuk kleiner.


En dan zijn we er, 2 uur plaatselijke tijd. We besluiten nog een telefoonkaart te kopen, dat was misschien niet ons slimste besluit. Het tempo ligt mild gezegd laag. De twee dames die helpen staan nog in slaapmodus. We moeten de kaart omhooghouden voor een foto. Niet onze beste.

De sfeer zit er wel in en er wordt goedmoedig geplaagd. Dat Nienke en ik geen geld mogen halen omdat we (zie Oman) de omrekenfactor niet altijd helemaal snappen. En dat Roelof na het geld wisselen rechtsdragend is. Je bent hier nl al snel millionaire. (€250 is 1 million Oegandese shilling.)
We klimmen op ons tandvlees in het busje naar het hotel. Hoe ver is het? De chauffeur zegt twee dagen en moet vervolgens heel hard om zichzelf lachen. Prachtige diepe warme lach.
Tegen 3 uur ploffen we uitgebuit in bed.