We lunchen samen en daarna scheiden de wegen van team fietsers en team wildlife. We zwaaien ze uit bij het hotel.


Ze genieten, geven aan dat het hello hier regelmatig klinkt alsof het de kinderen in Almelo geboren zijn (dus met een prachtige lange o). Dat het door de dorpen fietsen een feest is.


Ze spelen voetbal met een plaatselijke club en dat is best een prestatie op fietsschoenen
Jelmer had last van de warmte en te weinig drinken. Maar genoot in de wagen van de dingen die voorbij kwamen.

Wij stappen in de auto en rijden naar het informatiecentrum. We moeten laarzen aan. Ik ben niet enthousiast, vraag of ik alsjeblieft mijn schoenen aan mag? Nee het mag niet tenzij ik natte voeten wil. Als we later in het moeras lopen met blubber tot bijna de bovenkant van de laars denk ik: “pffff gelukkig heb ik geluisterd, en laat ik langzaam bewegen om niet te klotsen”. Je moet ook doorbewegen want als je stilstaat zuigt je laars vast in de blub. Waar Rita helaas al snel achterkomt. Gelukkig wordt ze gered door de gids.

De eerste aap die we zien is de Centraal Afrikaanse rode colobus, het is een groep die hoog boven ons hoofd door de bomen springt. Ze hebben een grappig rood kapsel. Ik heb een lens geleend van een vriendin van Nienke en Wauw voor het eerst kan ik ze ook echt in de verte vastleggen. Ik wilde zien zeggen, maar dat valt een beetje tegen omdat mijn brillenglazen beslaan zo gauw we stil staan.

Jasmyn heeft mijn telefoon en maakt hele grappige foto’s van Nienke en mij die een soort synchroon fotograferen en van Rita die ons de plaatsen wijst waar ze een aap ziet die vastleggenswaardig is. En, misschien helaas voor Rita, een briljant filmpje hoe Rita vast komt te zitten.


Daarna heel ver weg, hoog in de boom, de roodstaartmeerkat (red tail monkey) Een verlegen aap, die niet enthousiast over mensen is. Hij heeft zo’n grappig snoetje, een kruising tussen een clown en traditioneel Chinese dansers.

En als laatste zien we de zwart witte colobus. Een boom vol. Prachtig om te zien. Duidelijk waarom hij in het Nederlands franjeaap heet. Ik zeg enthousiast tegen de anderen: “hebben jullie die staart gezien?” en drie verplaatsen zich met hun rug naar ons toe. Dat noem ik service.

En dan kijken we nog een keer uit over het moeras. We staan op een maisveld waar, als de mais rijp is, de dorpsbewoners een maand lang iedere dag waken om te voorkomen dat hun oogst opgegeten wordt door de apen. Ze hebben een afdakje maar ik ken meer comfortabel stoelen.

We vinden een grote oude blauwe veer. Thymen en Jelmer zouden vroeger zeggen we zagen bijna een great blue Turako. We hoorden hem trouwens wel in de verte, hij klinkt als een roestige oude auto met een startprobleem.

We hadden besloten alleen de swamptour te doen, zodat we voldoende tijd hebben voor de beesten en dat was een goede keuze. Het voelde nu al als een pittige dag.
Als we terugkomen zijn de mannen er al. Het was warm en best pittig fietsen. Ze zijn enthousiast over de mensen langs de weg, De kinderen rennen mee en zeggen Mzungu (wit mens) en moedigen ze aan.
‘S Avonds hebben we de briefing en eten we heerlijk.
