5.30 uur gaat de wekker. Roelof springt er gelijk uit. Vandaag eerst een transfer en daarna de eerste fietstocht voor de mannen. Ik kom trager op gang, maar we zijn keurig om 5.50 uur bij de receptie. Als laatste van de groep.


Als we zitten zeg ik dat ik even mijn toilet ga maken. Ik moet nog zonnebrand en Deet op. Nienke ligt in een deuk: “Wat zeg je nou?” Oud Nederlands. “Eerder geriatrisch Nederlands” Jelmer reageert met: “Heb je een waterpomptang bij je” en Jasmyn legt uit dat make toilet even plassen is.
We hebben alle ontbijtboxen in onze auto en Jelmer vraagt zich af of de Kerkdijken dan geen honger lijden. Maak je geen zorgen Rita heeft nog een enorme voorraad krentenbollen. Nienke denkt dat bakker Nollen een extra batch bollen voor Rita heeft gebakken.

Het is prachtig rijden door de ontwakende dorpen. De verkopers met hele koeienkarkassen, met manden met kippen, met bananen, met hout. De mensen op de weg, eye candy. Maar de winnaar van de dag; een brommer met twee mannen en dwars achterop een lijkkist.

De weg is inderdaad voor een groot deel under construction. Gaten soms waar je een koe in kwijt kan (Henk). Die komen we trouwens ook tegen onderweg. En bavianen, die ik nog steeds een beetje eng vind.



We verkijken ons op de tijd, blij denken we we zijn er bijna, maar 27 kilometer, blijken dat miles te zijn en met deze weg is dat ruim een uur. Nienke en ik vermaken ons met heel veel foto’s uit een rijdende wagen, waarmee we dan de anderen spammen. Het is ook goud. Denkend in fotoboeken; zeker 4 bladzijden.

De paspoppen hebben hier heel andere lijven. Een ruime achter partij en een hyperlordose, holle rug.

Omdat we de eerste slager, waar een enorme koeienkop met hoorns voor lag, misten, hebben we vooral veel slagerijen vastgelegd. Geen zo mooi als de eerste.


We komen hoger en we zien theeplantages. Mijn grap; teaforestation (ontbossing voor theeplantages) wordt niet gewaardeerd door onze favoriete theedrinker.

En dan zijn we in het hotel Turako Treetops hotel, wat een geweldige plek.