
Vanochtend om 5.40 uur op. Ontbijt laat zoals altijd wat op zich wachten, maar we kwamen voorbereid. De persoon die het gezegde “wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op de neus” bedacht, heeft duidelijk koffie gedronken in Oeganda. Het gezicht van Rita bij de drab onder in haar kopje spreekt boekdelen.



En dan hup naar het park. Veel regelwerk bij de poort en we doden de tijd door te kijken naar een groep Belgen die ook op mountainbikes zitten, maar dan anders. Ze komen aan zoals wij vroeger, op veel te kleine fietsjes, fietsvoetbal deden. We leren ze hoe hoog je zadel moet staan, maar aan het achterover gekantelde zadel kunnen we niets doen.

De mannen gaan door het park fietsen. Hun gids, met geweer van 5 kg op de rug, op laarzen, met gewone trappers, ook op de mountainbike. Ze beginnen met een steile helling die ze allemaal opknallen, waarna ze geslaagd zijn voor de lange route.

Hun enthousiasme over het achter de zebra’s rijden die door de savanne renden is prachtig om te zien. De zebra’s hebben gewonnen.

Ze zijn rustig tussen giraffen doorgereden. De giraffen leefden hier oorspronkelijk niet maar om de overvloedige acaciabomen en zaailingen, die hier zeer goed gedijen, terug te dringen is de giraf hier ingevoerd. Ze eten jonge boompjes en schillen de bast van de grotere bomen. Beide acties zorgen voor minder acacia’s. (Trouwens de acacia met zijn enorme stekels was ook de struik waar Jelmer in landde.) Iedereen is onder de indruk van deze vriendelijk reuzen.

Onze wandeling begint ook tussen de giraffen. Hoe indrukwekkend ze zijn is bijna niet te beschrijven. Op een geven moment lopen we in een groep met een baby giraf van een maand. Hij is er bij gaan zitten wat voor ons erg fijn is want dan blijft de hele groep in de buurt.

Onvoorstelbaar hoe groot ze zijn. En hoe ze met hun tong blaadjes tussen de stekels uit halen. Hoe ze staan te drinken. We genieten.

En in een groep dieren zijn en hun aanwezigheid te voelen is bijzonder. We hadden dat bij de chimpansees en bij de gorilla’s, maar ook hier. Ik grinnik om hoe wazig dit klinkt, maar de rust en de veiligheid midden in die groep giraffen, het was zo bijzonder.

We zien in de verte een aantal eland antilopen, hele schuwe dieren, waar we dus niet echt dichtbij kunnen komen. Hetzelfde geldt voor de zebra’s.

En dan zijn we terug bij de weg en haalt Brian ons op. Om na 100 meter weer te stoppen omdat we in een groep zebra’s zitten. Hun strepen laten ze samenvloeien voor een roofdier, zodat hij geen enkeling als prooi kan kiezen. De kleintjes hebben relatief lange poten zodat een luipaard, als hij om de groep sluipt, hen zo niet makkelijk spot. De groten maken een ring om de jongen. En ze zijn prachtig.

En dan komen we bij een waterhole. Er zit een grote groep giraffen (wat een toren heet en geen kudde). Heel veel buffels. Een nijlpaard of twee. Een kudde eland antilopen en vele ossepikkers. Wat een genot. Daar had ik uren kunnen blijven. Prachtig. We gaan helemaal blij terug.


Dan kunnen we heerlijk nog even bij het hotel zitten met een kop koffie uitkijkend over de vlakte. We mogen daar nog even douchen en een heerlijke lunch verorberen.
En daarna gaan we op weg naar ons volgende hotel. Onderweg zoveel om naar te kijken. Nienke maakt prachtige foto’s uit het raam.

Het leukste is echter bij de evenaar als je water door een trechter gooit gaat het water op het zuidelijk halfrond tegen de klok in en op het noordelijk halfrond met de klok mee. (Of net andersom) Het gezicht van Henk is goud, hij gelooft er niets van, gaat de trechter controleren en daarna verplaatst hij de trechter naar de andere kant van de evenaar om het te checken. Nienke maakt een fotoserie van Henk van “verdomd ik word genept” naar “Bliksem het is echt waar”. Goud!




Ik gebruik de reis om dit te schrijven maar foto’s erbij zoeken wordt veel werk.