5 juli ‘26 oma is moe.


We zitten moe maar voldaan wat te drinken op ons terras. Lisa zegt dat ze even bij het zwembad gaat liggen, Roelof doet een dutje in de kamer met airco en ik zeg dat ik zo de blog ga schrijven. “Ja doe dat maar” zegt Jelmer “anders vergeet je zulke parels als -Oma is moe-”.

Vanochtend zaten we met zijn allen aan het ontbijt. Heerlijk met vers fruit, het mag, het kraanwater is drinkbaar in Paramaribo. Roelof en Jelmer eten keurig met mes en vork en ik kijk zeer verbaasd. “Tja we proberen een goede indruk op onze nieuwe reispartner te maken” klinkt het droog naast me.

De jongens schateren over hoe Roelof gisteren bij Popeyes, een fastfoodketen, waar we wat aten om toch maar iets in onze buik te hebben, als een ware Pablo Escobar betaalde met een bundel van al het geld dat hij net gehaald had voor de komende week.

Vanochtend om 8.45 uur propten we ons gezamenlijk in een klein autootje, de taxi die ons naar het beginpunt van onze fietstocht bracht.

Wat een fantastische gids: vriendelijk, vrolijk, een vermomde geschiedenisleraar, briljant! Hij schaterde over de Sint en Piet-soap in Nederland.We leren in 4 uur heel veel over de geschiedenis van Suriname en die van ons. (Fietsverhuur bij Zus en Zo, aanrader, naast een supergids, hele fijne fietsen.)

De rastagids. In dit land mag dat, op uiterlijke kenmerken een naam geven.

Wat een prachtige gebouwen. De synagoge en de moskee die broederlijk naast elkaar liggen en de parkeerplaats delen. Het kan dus wel. De houten huizen aan de waterkant, fort Zeelandia. We fietsen en stoppen, drinken wat onderweg en de gids vertelt.

Ik word een beetje stil van de ruïnes van de gevangenis, devil in het Sranan, waar mensen niet uit terugkeerden. En het daarnaast gelegen gebouw 1790. De gids vertelde dat overgrootmoeders daarover vertelden dat er geen levensmiddelen verhandelt werden maar levende goederen, ook lang nadat de slavernij werd afgeschaft.

Devil
Gebouw 1790

Sranan is de taal die de slaven spraken, samengesteld uit vele talen, met woorden gelend uit Engels, Nederlands en vele andere talen .

Van de erven Seedorf

Ergens aan het eind van de tocht moeten we stoppen voor een weg. Ik zak door mijn onbetrouwbare knie, maar word gelukkig opgevangen door de gids en Roelof. En dan zegt een klein mannetje op de fiets naast ons de legendarische woorden: “gaat het goed? is oma een beetje moe?”. De mannen schateren, berekenen vervolgens dat het eigenlijk een reële inschatting van mijn leeftijd is. Maar toch… ik voel een familie-uitdrukking aankomen.

Na de fietstocht lopen we terug naar Fort Zeelandia. Het museum is open tot 14 uur dus hebben we nog een uur. Het is mooi met op alle zijden andere musea. Een snelle manier om onze basiskennis van Suriname uit te breiden.

Oude apotheek in het deel met beroepen
Ook een vleugel met kunst. Dit is Maxi Linder, de beroemdste motyo (prostituee) van Paramaribo
Dit vond ik prachtig.

En dan gaan we eten. Het levert een klein vloekje op van Roelof, maar het eten is meer dan verrukkelijk. We wandelen terug naar het hotel en krijgen daar nog een cadeautje van de reisorganisatie.

Ook chips en koekjes.

En nu zitten we relaxt bij het zwembad. Er vliegt een kolibrie. Jasmyn zou trots op ons zijn


Plaats een reactie