6 juli ‘26 Galibi


6.15 uur gaat de wekker en keurig zitten we even later paraat. We zien het hotel en het leven erin langzaam ontwaken. De Cubaanse spreekt Spaans met Roelof en hij zegt op de juiste momenten iets terug en even later hebben we twee heerlijke koppen koffie. Het is grappig om te zien. Ik begrijp nu waarom onze Portugees sprekende patiënte zegt dat Roelof haar altijd WEL begrijpt.

Helaas wie er ook komt, geen ophaalservice en als Roelof om 7.45 uur belt blijken ze het uitgesteld te hebben naar 7.45-8.00 uur. En zo waar daar verschijnt onze bus.

We zitten met nog 5 mensen in een bus. Een moeder met 2 zoons en 2 mannen. We rijden langs een groot billboard met een briljante reclame van een uitvaartverzekering: “Get vaccinated, we can wait”.

Onderweg een aantal stops. De eerste om een snack te kopen voor ons. Het blijkt later gefrituurde banaan. Wat het vooral verrukkelijk maakt is de pindasaus waar je het in kunt dopen. Alleen die pindasaus zit in een plastic zakje. Ik ga op reis en ik neem mee…. Overigens wil ik mezelf even complimenteren met het feit dat ik dit gegeten heb zonder te morsen.

Onderweg komen we langs allerlei zaken die Ronnie Brunswijk in de schijnwerpers zetten. Niet echt in het zonnetje. We komen langs het Moiwana monument waar de regering 39 burgers liet ombrengen omdat ze niet vertelden waar Ronnie was, alleen ze wisten het niet en hij was daar niet. Uiteindelijk werd de regering van Suriname voor deze actie veroordeeld voor massamoord. Er staat een mooi monument op door Marcel Pinas ontworpen. De kolommen stellen de vermoorde mensen voor, veel vrouwen en kinderen. De teksten erop in Afaka, een mooi maar volstrekt onleesbaar schrift, dat niet meer gebruikt wordt.

We steken de Marowijnerivier over naar Frans Guyana naar het arrondissement Saint-Laurent-du-Maroni waar we de gevangenis waar Papillon zat opgesloten bezoeken. Laten we het zo zeggen, zowel de film als het boek was beter.

Maar na dit tripje is de boot geladen en gaan we de rivier af naar Galibi. Waanzinnig, zo breed, de kleur van het water. De tocht is genieten.

Dan komen we aan bij het Galibi resort van oom Hans. De naam is wat groots, maar het bed is fijn, de horren zijn goed en het eten is heerlijk. Vincent en oom Hans doen erg hun best om ons te helpen zoeken naar dieren. De roze teen tarantula en de gieren zijn onze favoriet.

So fluffy

We lopen nog even naar het dorp.

Jelmer en Lisa

Om 9 uur vertrekken we op zoek naar schildpadden. Dit had ik niet aan zien komen. We gaan met een boot de zee op langs de stranden. Ze beschijnen het met een zaklamp. We zien een inkomend en uitgaande track, dus daar was een schildpad. En een keer gaat één van de mannen van boord om rond te kijken. Helaas geen schildpadden, maar wat een ervaring. (Ongeveer een kwartier onderweg zakt de angst van Nepal uit mijn lijf en kan ik genieten van de boot en de zee.)

Wonderbaarlijk hoe goed de iPhone foto’s maakt.

Plaats een reactie