
De ochtend begint zoals het hoort in een vakantie. Er is kokend water voor de deur gezet en we drinken een kopje koffie met uitzicht op een ontwakende rivier. Het is prachtig, de boot te horen voor hij uit de mist opduikt.

Ik had vannacht een andere bedpartner, een kakkerlak. Roelof slaapt aan de andere kant van de kamer in zijn eigen klamboe. Het was even wennen, toen herinnerde ik me Zaza uit Pluk van de Petteflet die lispelend zei dat ze alleen appelschilletjes at. Ik heb heerlijk geslapen.

We doen een boswandeling met twee gidsen. Het is leuk hoe ze aan elkaar gewaagd zijn. Ik weet niet hoe normaal het is in deze gemeenschap dat een vrouw gids is, maar ze staat zeker haar mannetje. Ik probeer vast te leggen hoe ze een boom doorhakt met een machete. Ze is zo snel dat ik 3 foto’s heb waar het mes niet op te zien is. Jelmer en Thijm spreken hun respect uit.

We worden afgezet op de oever en wandelen naar het dorp. In het bos verstopt her en der kostgrondjes, waar de gewassen kris kras door elkaar verbouwd worden zodat er minder ziekten ontstaan. De rijst is mooi. Hij groeit in aren. Maar het mooiste is dat het zaad voor deze rijst, ooit door een gevangen genomen vrouw, in haar haar gevlochten, is meegenomen uit Afrika. Helaas is maar 25 cm vruchtbare grond en branden ze, nadat de bomen verwijderd zijn, de rest af als vruchtbare as. Helaas moeten ze ieder 2 jaar een nieuw grondje.

Thuisgekomen gaan we even zwemmen in de rivier. Handige stroming hier waarmee je je mee kan laten drijven. Heerlijke watertemperatuur. Enige wat we missen zijn waterschoenen, al is de bodem hier zanderig dus geen groot probleem.

En nu zit ik op ons terras uit te kijken over de rivier. Te genieten van de mensen en de boten. Op de treden van de trap naar het water speelt het leven zich af. Wassen van haar, kleding of pannen, vissen, praten en lachen. Ik heb toch wat foto’s gemaakt omdat dit te mooi is om te vergeten.

Er zitten hier piranha’s, gisteren was een jongen hem aan het vangen en later schoonmaken.

‘s Middags gaan Lisa, Thijmen en ik naar het dek aan de achterzijde om te zwemmen. We zitten op ligstoelen en kijken over het water. Als Thijmen naar het eind loopt vliegen er tientallen vleermuizen op. We hebben een gezellige ontmoeting met de familie doodskopaapjes. Zo schattig. En we zien een agouti. Het kontje lijkt wel een beetje kapibara maar de kop is toch echt rat. Ik ben niet heel erg enthousiast.

Roelof en Jelmer gaan met de andere familie mee naar de stroomversnellingen, Sula’s. Jelmer vertelt hoe er planten op de rotsen groeien. Waardoor je meer grip had en zacht lopen. Als ik vraag wat het hoogtepunt is geeft Jelmer de snack als antwoord. Wat een cultuurbarbaar.

‘s Avonds wordt er voor ons gedanst en gezongen. De blanke plantagehouder dacht dat ze vrolijk werkten maar in hun gezang werd bijvoorbeeld de vluchtroute en de tijd van vertrek verteld. De vrouwen kunnen hun bekken anders bewegen dan wij dat kunnen. En met deze dansmoves leiden ze de opzichters en plantagehouders af zodat de mannen konden vluchten. Als deze sterker waren en andere Marrons hadden gevonden, kwamen ze terug om de vrouwen op te halen. Het was veel interessanter dan verwacht.