12 juli ‘26 Marrons en luiaards


Vanochtend gingen we naar het Marron museum. Marrons zijn de eerste ontsnapte slaven die zich in de bossen verstopten. Ze kregen hulp van de inheemse volken. Het museum is gebouwd door vier Rastafariers die veganistisch en zoutloos leven. Hoe kom je dan aan een adequaat dieet?

We zien hoe iemand een boot bouwt. Er wordt een boom uitgehold en door vuur te maken wordt het hout buigzaam en kunnen ze een bredere basis maken. 

Onze gidsen Hedy en Stefano. Ze waren leuk samen.

We kunnen er in de huisjes kijken. Een vrouwenhuis en een mannenhuis. Getrouwde stellen wonen niet bij elkaar maar afzonderlijk in de wijk van hun moeder. Kinderen blijven bij de moeder. Met meer dan 3 kinderen wordt het heel krap. Het nachtelijke spel zou ik dan liever ergens anders spelen, maar ja wie ben ik. 

Ik ben er nog niet achter of dit kinderen bij de moeder in de buurt van de moeder bij alle gevluchte slaven het geval is of dat het alleen zo werkt voor de groep die slaaf was bij de joden. Jodensavanne ligt halverwege op weg hier naar toe. Deze Marrons vluchtten van Joodse plantages. 

Ik zit te bedenken dat de joden op de vlucht vanuit Portugal naar Brazilië gingen. En vervolgens toen Brazilië een kolonie van Portugal werd, doorvluchtten naar Suriname. Hier leefden ze zonder vervolging en in vrede met de omgeving. Ik opper dat dit misschien wel hun beloofde land is. Waar ze de islamieten de helft van hun grond afstaan zodat deze een moskee kunnen bouwen. Jelmer begrijpt me verkeerd: “Zal lekker vallen bij de Marrons als je hun land aan de Israëlieten geeft” en na een korte stilte “je bent lekker op dreef deze vakantie mam, eerst een bejaardenhuis in een oud gebouw voor “levende goederen” en nu dit”. Dat was niet wat ik bedoelde maar het is wel grappig.

Als we teruglopen zien we een jongen die tranen met tuiten huilt. En zijn moeder moppert. Het blijkt dat hij een piranha had gevangen en met zijn vinger in zijn bek checkte of het beest dood was… nee dus. Volgens de gids had zijn moeder gezegd dat hij niet zo moest huilen om zijn eigen domheid. Onze jongens in koor: “Precies wat jij gezegd zou hebben mam. Echt exact hetzelfde.”

We zien een roofvogel. Ik denk een wouw maar wel met een rare staart, bijna als een zwaluw. De gids legt uit zwaluwstaartwouw. We hadden het zelf kunnen bedenken.

‘s Middags gaan we naar het yogaplatje, zwemmen naar de stenen en drijven terug. Thijmen is er niet gerust op en vindt dat we voorzichtiger moeten zijn. We lezen en kijken rond. We horen plonsen en een getik tegen een boom maar geen bijpassende beesten. 

(Helaas Marrons geen foto’s)

Bij de gebouwen ga ik nog opzoek naar vleermuizen. Onvoorstelbaar moeilijk te fotograferen. Ik heb tientallen wazige foto’s. Maar mooie beesten, prachtig. Net als de reptielen. Die liggen voor dood op het pad te zonnebaden, buik op de grond pootjes gestrekt. Er valt tijdens het eten nog een gekko op Lisa. Na de eerste schrik geniet ze van zo dichtbij bekijken hoe die kleine kleefpootjes grip op haar jurk hebben. 

‘s Avonds spelen we een spelletje. En morgen gaan we die lange reis terug maken. Maar eerst gaan we ‘s ochtends met een lijn vissen op piranha’s. 


Plaats een reactie