13 juli ‘26 Piranha’s en een lange tocht.


Vanochtend ging ik vroeg op. Om 6.45 uur zat ik klaar. Ik wilde op deze laatste dag nog vastleggen hoe mooi het is als de boten uit de nevel komen. Niks nevel, pure mist. Pas een uur later werd het beter.

Om 8 uur rinkelt de bel. We zitten heerlijk te ontbijten als er plotseling van alle kanten doodskopaapjes opduiken. Het is duidelijk, de bananen ruiken heerlijk. We worden gewaarschuwd echt niets te geven al kijken ze extreem schattig. Dus kijken we hoe ze hun best doen ons te verleiden.

Wat eten jullie? Bananen?

Na het eten gaan de mannen op piranha’s vissen. Ze krijgen twee rauwe kippenpoten als aas. Een jongen die eigenlijk op school had moeten zitten helpt ze door de techniek uit te leggen. De piranha’s knabbelen en moeten op zo’n moment met een forse ruk aan de haak geregen worden. Als ze hun twee kippenpoten gevoerd hebben aan de piranha’s, leent hun plaatselijke coach twee karbonades in de keuken. Het mag niet baten.

Het water staat hoog. Het is bizar hoe de bootsmannen steeds weten hoe ze moeten varen. We zigzaggen terug naar waar de weg begint. Je kunt aan de stroming in het water zien waar rotsen zijn en waar stroming, maar ze varen ook ‘s nachts. Diep respect.

Thijmen spaart vogels alsof het Albert-Heyn-tattoos zijn. Hij jaagt op ijsvogels, wat hier toch een rare naam is, het Engelse kingfisher is veel toepasselijker in de tropen. Er is er een met een grijszwarte kop, een dikke zwarte snavel en een staalblauw lijf. Mooi is hij.

De bus heeft een heel zacht zielig toetertje, bij een lelijke eend misschien, of een oude VWkever, maar dit toetertje op de bus… Het lijkt of hij heel verlegen vraagt of hij er alsjeblieft langs mag.

We zijn weer in Paramaribo. Jelmer en Roelof gaan even geld halen en wij wachten om zo samen naar het restaurant te lopen. Ik zet nog even een ventilator aan waarbij ik bijna wegwapper. Vijf minuten later is dat niet meer nodig het stortregent en waait. Het druppelt niet eens, het suist. R&J sturen onderstaande video. Thijmen zegt hoog en droog in het restaurant: “we zijn toch niet van suiker?” Jelmer geeft terug dat ze proberen een kano te lenen.


Plaats een reactie