21 juli ‘26 de mooi mooi waterval


De middag van de voetbalfinale zouden we nog naar de mooi mooi waterval gaan, maar de bootsman en Giovanni wilden de wedstrijd graag zien. Dus zeiden we: “laten we van de waterval afzien, dan zijn jullie op tijd thuis”.

Vanochtend ging de rest van de gasten kanoën en zijn wij naar de waterval gegaan. Half uurtje met de boot, 20 minuten lopen, 20 min terug.

Het is prachtig en ik besluit niet mee naar boven te gaan, om niet uit te glijden, omdat ik toch altijd mee wil doen. Damn ik wordt nog verstandig op mijn oude dag.

Ik vermaak me met een timelapse waarbij duidelijk wordt hoe lekker Roelof koud water vindt en hoe Thijmen en Lisa wat later komen. Helaas, hij is te groot, hij laadt niet. Gelukkig maakt Giovanni wel foto’s (Ook zonder hem erin trouwens)

En ik probeer een hele grote blauwe vlinder (de blauwe morpho) vast te leggen. Het wordt een blauwe blob tegen een oerwoudrand. Dat ding vliegt onvoorspelbaar en snel. En alleen de bovenkant van zijn vleugels is blauw. Dus eigenlijk is dat blauwe vlekje dat ik vastleg nog heel knap. Als ze boven blijven staan praten terwijl ze allemaal aangekleed zijn zwelg ik in zelfmedelijden. My Fomo hits hard.

En dan lunch: er is erwtensoep! Erg lekker ik ga mijn recept toch aanpassen. Iets meer pit kan best. Ook rijst met kip en groente, het AVG’tje van Suriname, (RVG’tje) wel altijd heel veel groente. Heerlijk.

Het vliegtuig terug gaat om 12.45 uur. We zijn met twee groepen en ik heb hun start opgenomen, maar ook dat bestand is te groot.

Wat een ervaring vind ik dit! Na een wat hobbelige vlucht van 1.15 uur, tegenwind, landen we weer in Paramaribo.

Alleen al door de bagagehal lopen is een feestje. Eierdozen, een uit elkaar gehaalde buitenboordmotor, dozen voor Jacobus, Fransman. Wat is nog voor mensen om op te halen en wat gaat nog mee naar afgelegen oorden. En onze tassen staan keurig op ons te wachten. We mochten maar 8 kg de man mee naar Kabalebo, en dan zijn onze camera’s een stevige slok op een borrel. De rest van de tas stond in opslag op het vliegveld.

Bij de auto die ons ophaalt om naar Peperpot te gaan krijg ik tot mijn verbazing mijn verloren jurk terug.

Ik vind het raar Peperpot, het is een boutique hotel, met een zwembad en een luxe terras bij het voormalig koffiedepot. Wij zitten net achter het koffiedepot naast het zwembad in een van de vele huisjes. Roompot ipv Peperpot denk ik als ik het zie.

Ik doe nu vast overgevoelig maar hier was een plantage met slaven. Hier ligt een stevige geschiedenis. Niet de witste bladzijde in het boek. Als ik een milde vergelijking wil maken: kamp Westerbork ligt mooi, laten we er een boutique hotel opzetten. Maar eigenlijk denk ik dat de geschiedenis hier in wreedheid eerder Auschwitz aantikt. Het voelt wrang.

De koffieloods
De koffiefabriek
Door een spleet gegluurd van de koffiefabriek

En opeens tussen al die stralende huizen staat er dit huis. Door en door verwaarloosd waarom? In de tuin een grote schaal. Een gruwelschaal, daar werd suiker in gemaakt. Suikerriet geperst en dan werd het vocht geroerd tot er een dikke rietsuikerstroop ontstond. Alleen als het verbrande werd, om een voorbeeld te stellen, de veroorzaker in de pot gegooid en er moest door de anderen geroerd worden tot die persoon dood was. Dood in suikerstroop, temperatuur 115-120 graden.

Die grote kom in het midden

We zitten een drankje te doen op het terras en kijken in het boek met mogelijke excursies. Laten we een plantagetoer doen die recht doet aan de voorgeschiedenis van dit gebied. En een vroege wandeling op het natuurgebied peperpot. De gidsen op verschillende plekken zijn enthousiast over de natuur op het peperpotreservaat. Er staat al een avondwandeling gepland. Voor een 3 nachten verblijf voelt deze invulling beter. We zijn te uitgerust om drie dagen voor dood aan het zwembad te liggen.

Ik hou jullie op de hoogte als ik meer genuanceerde info vergaar over Peperpot.


Plaats een reactie