Glazuren en dan bakken. Vandaag de eerste lading, morgen de tweede. Ik heb mijn uilen als eerste gepakt om te glazuren. Ik probeer ze af te plakken met tapen. Helaas gaan al die gebogen lijnen niet makkelijk. Dennis blijkt een passer met mesje te hebben. Het duurde helaas vrij lang voor ik me realiseerde dat het mesje alleen werkt als je met de klok mee beweegt. Toen ik dat eenmaal doorhad werd ik de koningin van de cirkels.

Mijn uilen liggen mooi stevig op hun eigen houdertjes. Briljant idee dat. Alleen mag er geen glazuur zitten tussen de houder en de uil. Anders plakt hij vast. Dat betekent dus goed nadenken over wat zwart blijft. Want zwart is geen glazuur. En wat wit wordt en wat kleurig en ook niet onbelangrijk welke kleur. Na een paar uur werk zijn ze klaar voor de oven. Helaas wordt dat morgen.

Mijn gepikte restjes bakje had ik ook nog even geglazuurd. Die paste wel in de oven. Ik ben echt heel tevreden over het eindresultaat. De buitenkant is diep donker grijs met een paar stukjes oranje en de binnenkant is heel mooi gecraqueleerd wit. Leuk om de simpele vorm van oxideren zo duidelijk te zien.

Meest leerzame van de dag was dat Denis liet zien waarom je altijd het deksel van de reductie bak van je af moet openen. Er komt een enorme steekvlam uit die zuurstof zoekt.

Na het stoken en opruimen is het al weer 5 uur. We gaan samen naar Edingen waar een keramiekbeurs is. Paar keramisten met briljante stukken maar toch ook heel veel waarvan ik denk: “worden jullie hier zelf blij van?”
Daarna gaan we uit eten met zijn allen. Voor het eten komt duurt een eeuwigheid en als het dan komt, druppelen de borden traag binnen. De mensen zonder bord kijken begerig bij de buren.

En nu lig ik in bed. Mijn haar ruikt naar rook. Maar voor nu laat ik het zo, morgen is er weer een dag vol rook. Maar goed er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben dan ik, bedenk ik als ik foto’s bekijk. Zijn haar ruikt vast nog erger.
