• 11 juli ‘26 Dan Paati

    De ochtend begint zoals het hoort in een vakantie. Er is kokend water voor de deur gezet en we drinken een kopje koffie met uitzicht op een ontwakende rivier. Het is prachtig, de boot te horen voor hij uit de mist opduikt. 

    Ik had vannacht een andere bedpartner, een kakkerlak. Roelof slaapt aan de andere kant van de kamer in zijn eigen klamboe. Het was even wennen, toen herinnerde ik me Zaza uit Pluk van de Petteflet die lispelend zei dat ze alleen appelschilletjes at. Ik heb heerlijk geslapen. 

    We doen een boswandeling met twee gidsen. Het is leuk hoe ze aan elkaar gewaagd zijn. Ik weet niet hoe normaal het is in deze gemeenschap dat een vrouw gids is, maar ze staat zeker haar mannetje. Ik probeer vast te leggen hoe ze een boom doorhakt met een machete. Ze is zo snel dat ik 3 foto’s heb waar het mes niet op te zien is. Jelmer en Thijm spreken hun respect uit. 

    Zwarte rijst, onrijp

    We worden afgezet op de oever en wandelen naar het dorp. In het bos verstopt her en der kostgrondjes, waar de gewassen kris kras door elkaar verbouwd worden zodat er minder ziekten ontstaan. De rijst is mooi. Hij groeit in aren. Maar het mooiste is dat het zaad voor deze rijst, ooit door een gevangen genomen vrouw, in haar haar gevlochten, is meegenomen uit Afrika. Helaas is maar 25 cm vruchtbare grond en branden ze, nadat de bomen verwijderd zijn, de rest af als vruchtbare as. Helaas moeten ze ieder 2 jaar een nieuw grondje. 

    Kostgrondje

    Thuisgekomen gaan we even zwemmen in de rivier. Handige stroming hier waarmee je je mee kan laten drijven. Heerlijke watertemperatuur. Enige wat we missen zijn waterschoenen, al is de bodem hier zanderig dus geen groot probleem. 

    En nu zit ik op ons terras uit te kijken over de rivier. Te genieten van de mensen en de boten. Op de treden van de trap naar het water speelt het leven zich af. Wassen van haar, kleding of pannen, vissen, praten en lachen. Ik heb toch wat foto’s gemaakt omdat dit te mooi is om te vergeten. 

    Er zitten hier piranha’s, gisteren was een jongen hem aan het vangen en later schoonmaken. 

    ‘s Middags gaan Lisa, Thijmen en ik naar het dek aan de achterzijde om te zwemmen. We zitten op ligstoelen en kijken over het water. Als Thijmen naar het eind loopt vliegen er tientallen vleermuizen op. We hebben een gezellige ontmoeting met de familie doodskopaapjes. Zo schattig. En we zien een agouti. Het kontje lijkt wel een beetje kapibara maar de kop is toch echt rat. Ik ben niet heel erg enthousiast. 

    Roelof en Jelmer gaan met de andere familie mee naar de stroomversnellingen, Sula’s. Jelmer vertelt hoe er planten op de rotsen groeien. Waardoor je meer grip had en zacht lopen. Als ik vraag wat het hoogtepunt is geeft Jelmer de snack als antwoord. Wat een cultuurbarbaar. 

    ‘s Avonds wordt er voor ons gedanst en gezongen. De blanke plantagehouder dacht dat ze vrolijk werkten maar in hun gezang werd bijvoorbeeld de vluchtroute en de tijd van vertrek verteld. De vrouwen kunnen hun bekken anders bewegen dan wij dat kunnen. En met deze dansmoves leiden ze de opzichters en plantagehouders af zodat de mannen konden vluchten. Als deze sterker waren en andere Marrons hadden gevonden, kwamen ze terug om de vrouwen op te halen. Het was veel interessanter dan verwacht.

  • 10 juli zon, varen en kennismaken met de Marrons

    Vanochtend vroege start, we worden opgehaald om naar Danpaati te gaan een plek aan de Surinamerivier. Het gebied is het gebied van de marrons. De nakomelingen van de ontsnapte slaven. Velen geloven nog in Winti, in geesten van de boom, van de lucht en het water.

    Eerst drie uur met de bus. We stoppen in een goudzoekers dorp. De sfeer is hetzelfde als in het diamantdorp in Zuid Afrika. Grimmig, veel mannen, veel alcohol, met 80 rijden op een brommer zonder helm en met een biertje in de hand.

    Daarna inladen, Lisa moet zich nog even sanitair ontspannen. Als 5 minuten later Thijms telefoon gaat maar ze niets zegt raken de Welling genen in de stress. Thijmen gaat kijken, Jelmer gaat mee om te helpen, Roelof besluit na wikken en wegen dat ook inspringen overdreven is. Dat blijkt te kloppen, het ging om 15 srd, de prijs om te plassen.

    Bij de rode pijl stopt de weg.

    Het inladen van de boot is een ware happening. Man wat gaat er veel mee. 3 watermeloenen, die steeds proberen te ontsnappen. We namen 300 eieren mee. Tomaten. Gasflessen. Onze tassen; wat vervoeren we? We vragen Thijm of hij zijn favoriete bakstenen heeft meegenomen.

    Voor me
    Achter me

    Uiteindelijk vertrekken we. Keurig verdeeld over de boot. Helaas zit ik helemaal vooraan wat niet spatwaterproof is, maar wel heerlijk fris. En gelukkig zit Thijm achterin voor de foto’s. De gids wijst hem vogels tijdens de tocht. Damn wat kan deze bootsman sturen. In de rivier liggen grote rotsen en de waterstromen er om heen maken bootje varen hier next level. We geven onderweg dingen af bij ander dorpjes en zitten zelf in de zon. Best een pittige tocht.

    Na de lunch doen we een wandeling over het eiland met de do’s en don’ts. Er zitten Pipi Langkous aapjes (doodskop aapjes) en het is zo leuk om naar te kijken, hoe ze door de bomen racen. Hun genenpool is trouwens belabberd, ze kunnen niet zwemmen en er zijn er ooit twee op het eiland gebracht. Na hoeveel generaties ga je bij dieren problemen zien? Volgens Jelmer ga je het niet zien: “De Habsburgertjes gaan gewoon dood.”

    Tegen 17 uur gaan we naar het dorp aan de overkant. We krijgen uitleg dat je niet onder een bepaalde toegang door mag als je onrein bent. We vragen wat onrein is. “Als je in je cyclus bent of het nachtelijke spel hebt gespeeld.” Ik vind het Nederlands hier een cadeautje. Sanitair ontspannen. Het nachtelijk spel. Te mooi.

    Het is jammer dat de Marrons niet op foto willen, ze zijn heel fotogeniek. Er is wel even verbroedering als we gewenkt worden om mee te kijken naar de voetbal. We zien nog net de laatste minuten van onze Belgische buren. Voetbal is trouwens alleen voor mannen, al lijkt dat na de aanstelling van een vrouwelijke coach voor een mannenelftal ook in Nederland op te gaan.

    Het laatste onderdeel van deze overvolle dag is een tocht in het donker. De sterrenhemel is waanzinnig. Ons respect voor de bootsmannen grenzeloos. En we zijn allemaal een beetje verliefd geworden op een kaaimannetje.

    Mmm rijst met bonen. Roelofs lievelings.

    Na het eten praten we met de manager. Ze vertelt dat Johnnie Boer hier ook vaak is geweest. Ik denk aan het eten vandaag: vanmiddag rijst met bruine bonen, wat ik best lekker vond. Vanavond tot snot gekookte groenten en vis die zo droog is dat het pure vissenmishandeling is, ik durf te zeggen “dit had Johnie nooit gewild”.

  • 9 juli vogels, geschiedenis en rust

    Vanochtend om 7.30 beginnen we met een vogelwandeling. We hoeven niet ver te wandelen. Er zitten zoveel soorten. Voor iedereen die vogels leuk vindt: download de Merlin app van Cornell lab. Hij doet het in heel veel landen en herkent vogels aan hun geluid. Helaas had Jelmer mijn lijst van vandaag weggetoverd, jammer. Het waren er veel.

    Het nest van een kolibrie

    Het nestje van de kolibrie is echt prachtig. En wordt grotendeels gemaakt met spinnenwebben. Ik maak een paar mooie foto’s, maar die van Thijmen…. frustrerend zo mooi, Roelof heeft zelfs de handdoek in de ring geworpen.

    Blauwe tanager = Blauwki

    Daarna de geschiedenis rondleiding. Ik had graag willen horen over hoe het leven was op een plantage. Dat was dit eigenlijk niet. Het ging over het politiebureau dat hier gevestigd was met tussen de regels door wat plantage-informatie. Ik hoop dat wel nog verder te ontdekken. Wat wel leuk was: het verhalenhuis waar allerlei hedendaagse buurtbewoners hun verhaal deden. Je kan mee lezen op https://geheugenvancommewijne.sr/verhalen/

    Mooi hè grasmaaien in drassig gebied?

    Nog even lunchen we op Frederiksdorp en dan terug naar Paramaribo. We zitten weer in het eerste hotel. Morgen om 6 uur vertrek naar de volgende plek.

    Bij de val met de fiets heb ik mijn rechter knie verdraaid. Gewoon buigen en strekken gaat zonder problemen maar als ik dat iets gedraaid doe… ik word al misselijk als ik het opschrijf. Bijzondere vaststelling, als iets heel zeer doet gebeurt er iets met je spierspanning, wat redelijk onhandig is als je misstapt. Vandaar dat ik nu een brace op rechts en een pleister op links draag. (En ik was niet eens moe)

    Helaas zijn ook Thijmen en Roelof gewond door het lopen op slippers. Beiden zijn geslipt en met hun teen over de grond getrokken. Ja wij maken wat mee.

    Vanmiddag deden we niets. Het is zo warm dat je er nauwelijks tegenop kunt drinken. Trouwens deze foto zegt alles: Roelof als eerste in het zwembad. Meestal liggen wij er al in als hij een teen dipt.

  • 8 juli Slaven en dolfijnen.

    Vanochtend beginnen we met een relaxt ontbijt. Roelof overdenkt dat het hier anders is dan in Azië of Afrika. We moesten gisteren zelf onze tassen dragen. Het hoongelach is oorverdovend. Dit overdenken terwijl je op een plantage aankomt, dat verdient geen pluim.

    Daarna gaan we op slaventocht. Indrukwekkend vormgegeven met beeld, foto’s, verhalen en geluid. We lopen over een deel van de plantage waar het verhaal van verhandeld in Afrika tot vrijheid in Suriname wordt uitgelegd. En alle tussenliggende misère. Heel indrukwekkend.

    De prenten van Benoït die een vrolijk leven schetsen. Kom naar Suriname waar de slaven vrolijk zijn. En als zij het al zo goed hebben snap je hoe het voor de witman zal zijn…. Fake news avant la lettre.

    Als we oversteken naar een volgend stuk land zien we het echte plaatje. Zwanger van de plantagehouder, Afrikaanse gezinnen gescheiden en stok- en zweepslagen. Hangend aan een boom of de polsen gebonden, een stok onder de knieën en in de elleboogsplooi. En dan zweepslagen over de rug.

    Een bord in de bossen.

    Na deze wandeling met indringende informatie houden we een paar uur zwembad- en lunchpauze.

    Ik had me nooit gerealiseerd dat een plantage zo groot was. Deze is klein: 400m breed en 5 km lang. De beplanting staat op stroken land waartussen diepe geulen gegraven zijn, in het regenseizoen worden deze gevuld. Vooraan staat een dam. In het droge seizoen kunnen ze de planten op deze manier van water voorzien.

    Het is prachtig hoeveel vogels en amfibieën er zitten. En muggen dat moet ook gezegd, heel veel muggen. Jelmer dacht alleen te slapen maar hij deelt zijn cabine met twee kikkers en net had hij de deur open laten staan: “Er liep een groene hagedis binnen of hij de hele tent in eigendom had” toen Jelmer uit de douche kwam draaide de hagedis zich weer om “verkeerde cabin sorry”.

    We willen graag op dolfijnentour, uiteindelijk wordt het dolfijnen, wijn en zonsondergang. Zo grappig het verschil: we gaan met drie andere mensen, hun voorkeur gaat uit naar de zonsondergang. Wij stralen van fregatvogels, dolfijnen en rode ibissen.

    Wat een briljante beesten. Brakwaterdolfijnen, roze buik, prachtig. We proberen ze vast te liggen als ze springen. Wat een genot om naar te kijken.

    Lisa heeft er twee in één foto gevangen.

    Op de terugweg de zonsondergang, maar veel leuker dan dat een rode ibis met jongen.

    Heel ver weg. Die van Thijmen is beter.

    Zonsondergangen. Ik vind de lucht mooier dan de zon. Hoe maak je een zonsondergang spannend.

    Nehhh
    Beter
    Best (over het dak van de boot)

    En als toetje in het hok waar de boot aankomt twee meter boomboa. Wat een heerlijke dag.

  • 7 juli ‘26 een trage dag

    Vandaag gaan we van Gabili naar Frederiksoord. We nemen nog even afscheid van onze vriend met de roze tenen en dan stappen we in de boot.

    Het water is bizar, heel glad, zodat de bewolkte lucht weerspiegeld. Alsof je over een sneeuwvlakte kijkt. En je kan niet zien waar de horizon is.

    Rustige vaart. We lunchen heerlijk met een packed lunch. Moeten wij ook vaker doen. Warm eten meenemen. Koud nog steeds heerlijk. Misschien had Jasmyn het al die jaren wel bij het juiste eind.

    Rustige rit. Overstap en even wachten op ons volgend vervoer. De mevrouw snauwt me toe of we er al lang zijn. “Nou nee, niet heel lang, wel fijn even wat drinken gehaald en een plaspauze”. Blijkbaar is ze het er niet mee eens. We zijn te vroeg! Gelukkig een korte rit want haar aura is paars met groene spikes. Het enige nadeel van Suriname is dat iedereen Nederlands spreekt. Ik slik “wat een zonnestraaltje” dus maar in.

    Nog een rivier over, de Marrowijne en dan zijn we op een oude plantage. Heel veel vogels. Heerlijke kamers en een zwembad. Prachtig.

  • 6 juli ‘26 Galibi

    6.15 uur gaat de wekker en keurig zitten we even later paraat. We zien het hotel en het leven erin langzaam ontwaken. De Cubaanse spreekt Spaans met Roelof en hij zegt op de juiste momenten iets terug en even later hebben we twee heerlijke koppen koffie. Het is grappig om te zien. Ik begrijp nu waarom onze Portugees sprekende patiënte zegt dat Roelof haar altijd WEL begrijpt.

    Helaas wie er ook komt, geen ophaalservice en als Roelof om 7.45 uur belt blijken ze het uitgesteld te hebben naar 7.45-8.00 uur. En zo waar daar verschijnt onze bus.

    We zitten met nog 5 mensen in een bus. Een moeder met 2 zoons en 2 mannen. We rijden langs een groot billboard met een briljante reclame van een uitvaartverzekering: “Get vaccinated, we can wait”.

    Onderweg een aantal stops. De eerste om een snack te kopen voor ons. Het blijkt later gefrituurde banaan. Wat het vooral verrukkelijk maakt is de pindasaus waar je het in kunt dopen. Alleen die pindasaus zit in een plastic zakje. Ik ga op reis en ik neem mee…. Overigens wil ik mezelf even complimenteren met het feit dat ik dit gegeten heb zonder te morsen.

    Onderweg komen we langs allerlei zaken die Ronnie Brunswijk in de schijnwerpers zetten. Niet echt in het zonnetje. We komen langs het Moiwana monument waar de regering 39 burgers liet ombrengen omdat ze niet vertelden waar Ronnie was, alleen ze wisten het niet en hij was daar niet. Uiteindelijk werd de regering van Suriname voor deze actie veroordeeld voor massamoord. Er staat een mooi monument op door Marcel Pinas ontworpen. De kolommen stellen de vermoorde mensen voor, veel vrouwen en kinderen. De teksten erop in Afaka, een mooi maar volstrekt onleesbaar schrift, dat niet meer gebruikt wordt.

    We steken de Marowijnerivier over naar Frans Guyana naar het arrondissement Saint-Laurent-du-Maroni waar we de gevangenis waar Papillon zat opgesloten bezoeken. Laten we het zo zeggen, zowel de film als het boek was beter.

    Maar na dit tripje is de boot geladen en gaan we de rivier af naar Galibi. Waanzinnig, zo breed, de kleur van het water. De tocht is genieten.

    Dan komen we aan bij het Galibi resort van oom Hans. De naam is wat groots, maar het bed is fijn, de horren zijn goed en het eten is heerlijk. Vincent en oom Hans doen erg hun best om ons te helpen zoeken naar dieren. De roze teen tarantula en de gieren zijn onze favoriet.

    So fluffy

    We lopen nog even naar het dorp.

    Jelmer en Lisa

    Om 9 uur vertrekken we op zoek naar schildpadden. Dit had ik niet aan zien komen. We gaan met een boot de zee op langs de stranden. Ze beschijnen het met een zaklamp. We zien een inkomend en uitgaande track, dus daar was een schildpad. En een keer gaat één van de mannen van boord om rond te kijken. Helaas geen schildpadden, maar wat een ervaring. (Ongeveer een kwartier onderweg zakt de angst van Nepal uit mijn lijf en kan ik genieten van de boot en de zee.)

    Wonderbaarlijk hoe goed de iPhone foto’s maakt.
  • 5 juli ‘26 oma is moe.

    We zitten moe maar voldaan wat te drinken op ons terras. Lisa zegt dat ze even bij het zwembad gaat liggen, Roelof doet een dutje in de kamer met airco en ik zeg dat ik zo de blog ga schrijven. “Ja doe dat maar” zegt Jelmer “anders vergeet je zulke parels als -Oma is moe-”.

    Vanochtend zaten we met zijn allen aan het ontbijt. Heerlijk met vers fruit, het mag, het kraanwater is drinkbaar in Paramaribo. Roelof en Jelmer eten keurig met mes en vork en ik kijk zeer verbaasd. “Tja we proberen een goede indruk op onze nieuwe reispartner te maken” klinkt het droog naast me.

    De jongens schateren over hoe Roelof gisteren bij Popeyes, een fastfoodketen, waar we wat aten om toch maar iets in onze buik te hebben, als een ware Pablo Escobar betaalde met een bundel van al het geld dat hij net gehaald had voor de komende week.

    Vanochtend om 8.45 uur propten we ons gezamenlijk in een klein autootje, de taxi die ons naar het beginpunt van onze fietstocht bracht.

    Wat een fantastische gids: vriendelijk, vrolijk, een vermomde geschiedenisleraar, briljant! Hij schaterde over de Sint en Piet-soap in Nederland.We leren in 4 uur heel veel over de geschiedenis van Suriname en die van ons. (Fietsverhuur bij Zus en Zo, aanrader, naast een supergids, hele fijne fietsen.)

    De rastagids. In dit land mag dat, op uiterlijke kenmerken een naam geven.

    Wat een prachtige gebouwen. De synagoge en de moskee die broederlijk naast elkaar liggen en de parkeerplaats delen. Het kan dus wel. De houten huizen aan de waterkant, fort Zeelandia. We fietsen en stoppen, drinken wat onderweg en de gids vertelt.

    Ik word een beetje stil van de ruïnes van de gevangenis, devil in het Sranan, waar mensen niet uit terugkeerden. En het daarnaast gelegen gebouw 1790. De gids vertelde dat overgrootmoeders daarover vertelden dat er geen levensmiddelen verhandelt werden maar levende goederen, ook lang nadat de slavernij werd afgeschaft.

    Devil
    Gebouw 1790

    Sranan is de taal die de slaven spraken, samengesteld uit vele talen, met woorden gelend uit Engels, Nederlands en vele andere talen .

    Van de erven Seedorf

    Ergens aan het eind van de tocht moeten we stoppen voor een weg. Ik zak door mijn onbetrouwbare knie, maar word gelukkig opgevangen door de gids en Roelof. En dan zegt een klein mannetje op de fiets naast ons de legendarische woorden: “gaat het goed? is oma een beetje moe?”. De mannen schateren, berekenen vervolgens dat het eigenlijk een reële inschatting van mijn leeftijd is. Maar toch… ik voel een familie-uitdrukking aankomen.

    Na de fietstocht lopen we terug naar Fort Zeelandia. Het museum is open tot 14 uur dus hebben we nog een uur. Het is mooi met op alle zijden andere musea. Een snelle manier om onze basiskennis van Suriname uit te breiden.

    Oude apotheek in het deel met beroepen
    Ook een vleugel met kunst. Dit is Maxi Linder, de beroemdste motyo (prostituee) van Paramaribo
    Dit vond ik prachtig.

    En dan gaan we eten. Het levert een klein vloekje op van Roelof, maar het eten is meer dan verrukkelijk. We wandelen terug naar het hotel en krijgen daar nog een cadeautje van de reisorganisatie.

    Ook chips en koekjes.

    En nu zitten we relaxt bij het zwembad. Er vliegt een kolibrie. Jasmyn zou trots op ons zijn

  • 4 juli ‘26. Goede vlucht

    Dat was een kort nachtje. Thijmen en Lisa zijn om 0.30 uur thuis. De wekker staat om 3.15 uur. Ik denk dat ik zo nog een tukje ga doen. In paramaribo is het 4.10 uur (5 uur vroeger) dus we mogen echt nog even.

    Het is rustig op de weg, maar ook op Schiphol. We hadden het anders verwacht en zijn blij verrast. Mijn tas wordt gecheckt op drugs, ik voel me gelijk bad ass, maar van al deze mensen… why me? Jelmer zegt dat ik me sinds mijn grijze haar meer blond ga gedragen. Ik geef toe “een, twee, drie, kaboem” was niet mijn slimste tekst toen mijn tas naar de onderzoeksband ging.

    En nu zitten we in het vliegtuig. De mevrouw naast me is aan het bellen. Ze praat over iemand die haar lief is maar die rare dingen doet. Ze verwachtte een afscheid en toen liep hij zomaar weg. Dan een verhaal over hoe vrolijk hij altijd is, maar als ze aankomt bij “weet je nog hoe hij onze schoenen opat” realiseer ik me dat de held van het verhaal een hond moet zijn.

    Er wordt net omgeroepen dat op de rij voor ons iemand met een ernstige pinda allergie zit en dat we als we nootjes bij ons hebben we die niet mogen eten. We vragen ons af hoe geloofwaardig het is om in geval van een calamiteit met 5 man op te staan om je te melden.

    Mijn buurvrouw zit de hele reis met haar been te trillen. Behalve toen ze ging slapen ze ging op haar zij lig/zitten. Knap maar niet perse fijn voor mij.

    Ik heb enorm genoten van de film “Project hail Mary” grappig, ontroerend. Ik zie dat Thijm en Lisa hem ook kijken, als ik naar het toilet ga, en precies op het meest zielige stuk zijn. Als je hem wilt kijken moet je de volgende alinea niet lezen. Spoiler alert!

    Er staat een lange rij en het duurt lang voor ik terug ben. Maar mijn “moesten jullie ook huilen toen je dacht dat Rocky dood was?” was beroerd getimed. Moeder verraadt de clou.

    En nu zitten we na een rit met een zeer spraakzame chauffeur even voor onze hotelkamer. Het is raar overal Nederlands te horen en te zien. Je kunt in Paramaribo het water drinken. Wie had dat verwacht.

  • Voorbereiden 2 en 3 juli 2026

    Donderdag

    Het huis begint zijn gebruikelijke voor-de -vakantie-uiterlijk te krijgen. Alsof er een fragmentatiebom is ontploft. Lisa en Thymen zijn hier heel behulpzaam in. Hoewel…. Thijmen (de jongen die altijd alles in zijn tas flikkerde, drie keer stampte en “klaar” zei) blaast me volkomen van de sokken door alles in travelbags te verpakken en de strakste tas ooit te tonen.

    Vanmiddag heb ik Louis naar Francoise gebracht, onze nieuwe oppas in Wierden. Stas, de mede oppasser, is ook liefhebber van herders, wat heel fijn voelt. Hun hond Whooper is zo’n enorme herder, prachtig zilvergrijs zwart, dat Louis klein lijkt. Na even etaleren van hun enorme stoerheid lijkt het goed te gaan. Op straat luistert Louis als een goed opgevoedde hond vertelt Francoise net. Dat is ook fijn.

    En vanavond brachten we Omaha en Aura naar Nienke. Die lopen gelijk rond of ze thuis zijn. Prachtig om te zien. Nienke vroeg de surprisevraag (zou het je verbazen als deze patiënt er over een jaar niet meer is?), wat wij als huisarts soms bedenken bij kwetsbare ouderen en dat zijn deze twee, vooral Omaha, kwetsbare oudjes.

    Vrijdag

    Nog heel even werken en dan de laatste dingen pakken. Wereldstekkers, batterijen, kaartjes voor de camera, pillen. Ik haal nog even anti-muggenblouses voor de mannen. Nienke lacht me hartelijk uit. “Ze kunnen het zelf lijden hè?” Ik weet het, ik weet het.

    We krijgen updates van de dieren. Louis ligt bijna triomfantelijk te kijken op de bank. Aura is vannacht een beetje verdwaald maar lijkt ook te wennen. Nienke stuurt net dit over Omaha: “Meneer at drie kwart van de nutridrink en wilde toen weer rusten op schoot bij og”

    Thijmen en Lisa zijn naar het afstuderen van Lisa’s zusje Eva. Vraag me af of zij klaar zijn met pakken, er ligt nog van alles en ik verwacht ze nog lang niet thuis.

    Nienke appt: “Heb je je braces?” F…, f…, f… Nu wel.

    En morgen om 4 uur vertrekken we.

  • 10-01-2026 laatste dag: Mabambaswamp

    Deze hele vakantie hebben we vroeg opgestaan, dus waarom zouden we dat de laatste dag veranderen. 5.40 uur staat de wekker, ontbijten, dan gelijk door naar het moeras. We worden over 3 bootjes verdeeld.

    Onze baas is sterk, maar niet de helderste bubbel in het moeras. Hij is steeds op de verkeerde plek, kan geen lijn houden, drijft het riet in. Gezien zijn uitbundige zweten en het bekende alcoholgebruik in Oeganda staat alcoholonthouding zeker op mijn lijstje van mogelijke oorzaken of nog onder invloed zijn van gisteravond, met mogelijke andere oorzaken te hard werken en te stevig punteren.

    Het moeras is prachtig. De boten ook, het er doorheen gaan ook. Maar als uit beide andere boten berichten komen dat ze schoensnavelooievaar zien voel ik me wel een beetje ongerust. Ik zou het wel sneu vinden als ik hem niet zie, de initiator van de mabambaswamptoer.

    We laten de kapitein zien waar ze zitten want de anderen hebben de locatie gedeeld. Hij zucht diep en bij zijn collega gekomen moppert hij. Als we bij de eerste groep komen is de vogel namelijk al gevlogen. We gaan op pad naar de tweede. De kapitein ploetert door.

    Maar dan zien we hem. Wat een bizar beest. Groot, meer dan een meter. Enorme bek. Het is niet duidelijk hoeveel er wereldwijd nog zijn. Verschillende cijfers passeren maar 2500 wereldwijd lijkt een reële telling uit 2019. Waarschijnlijk is dat aantal nu lager.

    Magnifiek. Enorm. Hij loopt af en toe een paar passen maar staat vooral stil. Als hij je aankijkt is hij bijna eng. Maar als hij zijn ogen dicht doet past hij in elke horrorfilm.

    Ik ben zo blij. Ik wilde hem zo graag zien.

    Daarna met de pont over. De drukte, de mensen, waanzinnig! Helaas mochten we geen foto’s maken ivm met militairen aan boord. Dat is een regel, bijna spastisch zijn ze als er zelfs maar een dreiging van een camera of telefoon komt. Dus al het moois bekijken we met onze ogen.

    En nu zitten we in ViaVia, ons eerst hotel en drinken wat. Relaxen. En worden straks naar het vliegveld gebracht. Ik schrijf mijn laatste of voorlaatste blog liggend in een hangmat. Helaas nu in de zon. Ik ben snipverkouden en hoest als een oude bootwerker na 50 jaar zware shag. Ik kreeg net het lokale medicijn: citroen, geraspte gember, honing en heet water. En Jelmer diepte pufjes op in zijn tas. Het gaat iets beter.

Familie van WelLingen