-
5 juli ‘26 oma is moe.
We zitten moe maar voldaan wat te drinken op ons terras. Lisa zegt dat ze even bij het zwembad gaat liggen, Roelof doet een dutje in de kamer met airco en ik zeg dat ik zo de blog ga schrijven. “Ja doe dat maar” zegt Jelmer “anders vergeet je zulke parels als -Oma is moe-”.
Vanochtend zaten we met zijn allen aan het ontbijt. Heerlijk met vers fruit, het mag, het kraanwater is drinkbaar in Paramaribo. Roelof en Jelmer eten keurig met mes en vork en ik kijk zeer verbaasd. “Tja we proberen een goede indruk op onze nieuwe reispartner te maken” klinkt het droog naast me.
De jongens schateren over hoe Roelof gisteren bij Popeyes, een fastfoodketen, waar we wat aten om toch maar iets in onze buik te hebben, als een ware Pablo Escobar betaalde met een bundel van al het geld dat hij net gehaald had voor de komende week.
Vanochtend om 8.45 uur propten we ons gezamenlijk in een klein autootje, de taxi die ons naar het beginpunt van onze fietstocht bracht.

Wat een fantastische gids: vriendelijk, vrolijk, een vermomde geschiedenisleraar, briljant! Hij schaterde over de Sint en Piet-soap in Nederland.We leren in 4 uur heel veel over de geschiedenis van Suriname en die van ons. (Fietsverhuur bij Zus en Zo, aanrader, naast een supergids, hele fijne fietsen.)

De rastagids. In dit land mag dat, op uiterlijke kenmerken een naam geven. 
Wat een prachtige gebouwen. De synagoge en de moskee die broederlijk naast elkaar liggen en de parkeerplaats delen. Het kan dus wel. De houten huizen aan de waterkant, fort Zeelandia. We fietsen en stoppen, drinken wat onderweg en de gids vertelt.

Ik word een beetje stil van de ruïnes van de gevangenis, devil in het Sranan, waar mensen niet uit terugkeerden. En het daarnaast gelegen gebouw 1790. De gids vertelde dat overgrootmoeders daarover vertelden dat er geen levensmiddelen verhandelt werden maar levende goederen, ook lang nadat de slavernij werd afgeschaft.

Devil 

Gebouw 1790 
Sranan is de taal die de slaven spraken, samengesteld uit vele talen, met woorden gelend uit Engels, Nederlands en vele andere talen .

Van de erven Seedorf Ergens aan het eind van de tocht moeten we stoppen voor een weg. Ik zak door mijn onbetrouwbare knie, maar word gelukkig opgevangen door de gids en Roelof. En dan zegt een klein mannetje op de fiets naast ons de legendarische woorden: “gaat het goed? is oma een beetje moe?”. De mannen schateren, berekenen vervolgens dat het eigenlijk een reële inschatting van mijn leeftijd is. Maar toch… ik voel een familie-uitdrukking aankomen.
Na de fietstocht lopen we terug naar Fort Zeelandia. Het museum is open tot 14 uur dus hebben we nog een uur. Het is mooi met op alle zijden andere musea. Een snelle manier om onze basiskennis van Suriname uit te breiden.

Oude apotheek in het deel met beroepen 
Ook een vleugel met kunst. Dit is Maxi Linder, de beroemdste motyo (prostituee) van Paramaribo 
Dit vond ik prachtig. En dan gaan we eten. Het levert een klein vloekje op van Roelof, maar het eten is meer dan verrukkelijk. We wandelen terug naar het hotel en krijgen daar nog een cadeautje van de reisorganisatie.


Ook chips en koekjes. En nu zitten we relaxt bij het zwembad. Er vliegt een kolibrie. Jasmyn zou trots op ons zijn

-
4 juli ‘26. Goede vlucht
Dat was een kort nachtje. Thijmen en Lisa zijn om 0.30 uur thuis. De wekker staat om 3.15 uur. Ik denk dat ik zo nog een tukje ga doen. In paramaribo is het 4.10 uur (5 uur vroeger) dus we mogen echt nog even.
Het is rustig op de weg, maar ook op Schiphol. We hadden het anders verwacht en zijn blij verrast. Mijn tas wordt gecheckt op drugs, ik voel me gelijk bad ass, maar van al deze mensen… why me? Jelmer zegt dat ik me sinds mijn grijze haar meer blond ga gedragen. Ik geef toe “een, twee, drie, kaboem” was niet mijn slimste tekst toen mijn tas naar de onderzoeksband ging.

En nu zitten we in het vliegtuig. De mevrouw naast me is aan het bellen. Ze praat over iemand die haar lief is maar die rare dingen doet. Ze verwachtte een afscheid en toen liep hij zomaar weg. Dan een verhaal over hoe vrolijk hij altijd is, maar als ze aankomt bij “weet je nog hoe hij onze schoenen opat” realiseer ik me dat de held van het verhaal een hond moet zijn.
Er wordt net omgeroepen dat op de rij voor ons iemand met een ernstige pinda allergie zit en dat we als we nootjes bij ons hebben we die niet mogen eten. We vragen ons af hoe geloofwaardig het is om in geval van een calamiteit met 5 man op te staan om je te melden.
Mijn buurvrouw zit de hele reis met haar been te trillen. Behalve toen ze ging slapen ze ging op haar zij lig/zitten. Knap maar niet perse fijn voor mij.
Ik heb enorm genoten van de film “Project hail Mary” grappig, ontroerend. Ik zie dat Thijm en Lisa hem ook kijken, als ik naar het toilet ga, en precies op het meest zielige stuk zijn. Als je hem wilt kijken moet je de volgende alinea niet lezen. Spoiler alert!
Er staat een lange rij en het duurt lang voor ik terug ben. Maar mijn “moesten jullie ook huilen toen je dacht dat Rocky dood was?” was beroerd getimed. Moeder verraadt de clou.

En nu zitten we na een rit met een zeer spraakzame chauffeur even voor onze hotelkamer. Het is raar overal Nederlands te horen en te zien. Je kunt in Paramaribo het water drinken. Wie had dat verwacht.


-
Voorbereiden 2 en 3 juli ‘26
Donderdag
Het huis begint zijn gebruikelijke voor-de -vakantie-uiterlijk te krijgen. Alsof er een fragmentatiebom is ontploft. Lisa en Thymen zijn hier heel behulpzaam in. Hoewel…. Thijmen (de jongen die altijd alles in zijn tas flikkerde, drie keer stampte en “klaar” zei) blaast me volkomen van de sokken door alles in travelbags te verpakken en de strakste tas ooit te tonen.

Vanmiddag heb ik Louis naar Francoise gebracht, onze nieuwe oppas in Wierden. Stas, de mede oppasser, is ook liefhebber van herders, wat heel fijn voelt. Hun hond Whooper is zo’n enorme herder, prachtig zilvergrijs zwart, dat Louis klein lijkt. Na even etaleren van hun enorme stoerheid lijkt het goed te gaan. Op straat luistert Louis als een goed opgevoedde hond vertelt Francoise net. Dat is ook fijn.

En vanavond brachten we Omaha en Aura naar Nienke. Die lopen gelijk rond of ze thuis zijn. Prachtig om te zien. Nienke vroeg de surprisevraag (zou het je verbazen als deze patiënt er over een jaar niet meer is?), wat wij als huisarts soms bedenken bij kwetsbare ouderen en dat zijn deze twee, vooral Omaha, kwetsbare oudjes.

Vrijdag
Nog heel even werken en dan de laatste dingen pakken. Wereldstekkers, batterijen, kaartjes voor de camera, pillen. Ik haal nog even anti-muggenblouses voor de mannen. Nienke lacht me hartelijk uit. “Ze kunnen het zelf lijden hè?” Ik weet het, ik weet het.

We krijgen updates van de dieren. Louis ligt bijna triomfantelijk te kijken op de bank. Aura is vannacht een beetje verdwaald maar lijkt ook te wennen. Nienke stuurt net dit over Omaha: “Meneer at drie kwart van de nutridrink en wilde toen weer rusten op schoot bij og”

Thijmen en Lisa zijn naar het afstuderen van Lisa’s zusje Eva. Vraag me af of zij klaar zijn met pakken, er ligt nog van alles en ik verwacht ze nog lang niet thuis.
Nienke appt: “Heb je je braces?” F…, f…, f… Nu nu wel.

En morgen om 4 uur vertrekken we.
-
10-01-2026 laatste dag: Mabambaswamp

Deze hele vakantie hebben we vroeg opgestaan, dus waarom zouden we dat de laatste dag veranderen. 5.40 uur staat de wekker, ontbijten, dan gelijk door naar het moeras. We worden over 3 bootjes verdeeld.

Onze baas is sterk, maar niet de helderste bubbel in het moeras. Hij is steeds op de verkeerde plek, kan geen lijn houden, drijft het riet in. Gezien zijn uitbundige zweten en het bekende alcoholgebruik in Oeganda staat alcoholonthouding zeker op mijn lijstje van mogelijke oorzaken of nog onder invloed zijn van gisteravond, met mogelijke andere oorzaken te hard werken en te stevig punteren.

Het moeras is prachtig. De boten ook, het er doorheen gaan ook. Maar als uit beide andere boten berichten komen dat ze schoensnavelooievaar zien voel ik me wel een beetje ongerust. Ik zou het wel sneu vinden als ik hem niet zie, de initiator van de mabambaswamptoer.

We laten de kapitein zien waar ze zitten want de anderen hebben de locatie gedeeld. Hij zucht diep en bij zijn collega gekomen moppert hij. Als we bij de eerste groep komen is de vogel namelijk al gevlogen. We gaan op pad naar de tweede. De kapitein ploetert door.


Maar dan zien we hem. Wat een bizar beest. Groot, meer dan een meter. Enorme bek. Het is niet duidelijk hoeveel er wereldwijd nog zijn. Verschillende cijfers passeren maar 2500 wereldwijd lijkt een reële telling uit 2019. Waarschijnlijk is dat aantal nu lager.

Magnifiek. Enorm. Hij loopt af en toe een paar passen maar staat vooral stil. Als hij je aankijkt is hij bijna eng. Maar als hij zijn ogen dicht doet past hij in elke horrorfilm.


Ik ben zo blij. Ik wilde hem zo graag zien.

Daarna met de pont over. De drukte, de mensen, waanzinnig! Helaas mochten we geen foto’s maken ivm met militairen aan boord. Dat is een regel, bijna spastisch zijn ze als er zelfs maar een dreiging van een camera of telefoon komt. Dus al het moois bekijken we met onze ogen.


En nu zitten we in ViaVia, ons eerst hotel en drinken wat. Relaxen. En worden straks naar het vliegveld gebracht. Ik schrijf mijn laatste of voorlaatste blog liggend in een hangmat. Helaas nu in de zon. Ik ben snipverkouden en hoest als een oude bootwerker na 50 jaar zware shag. Ik kreeg net het lokale medicijn: citroen, geraspte gember, honing en heet water. En Jelmer diepte pufjes op in zijn tas. Het gaat iets beter.

-
9-1-2026 wandelen, fietsen en de evenaar

Vanochtend om 5.40 uur op. Ontbijt laat zoals altijd wat op zich wachten, maar we kwamen voorbereid. De persoon die het gezegde “wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op de neus” bedacht, heeft duidelijk koffie gedronken in Oeganda. Het gezicht van Rita bij de drab onder in haar kopje spreekt boekdelen.



En dan hup naar het park. Veel regelwerk bij de poort en we doden de tijd door te kijken naar een groep Belgen die ook op mountainbikes zitten, maar dan anders. Ze komen aan zoals wij vroeger, op veel te kleine fietsjes, fietsvoetbal deden. We leren ze hoe hoog je zadel moet staan, maar aan het achterover gekantelde zadel kunnen we niets doen.

De mannen gaan door het park fietsen. Hun gids, met geweer van 5 kg op de rug, op laarzen, met gewone trappers, ook op de mountainbike. Ze beginnen met een steile helling die ze allemaal opknallen, waarna ze geslaagd zijn voor de lange route.

Hun enthousiasme over het achter de zebra’s rijden die door de savanne renden is prachtig om te zien. De zebra’s hebben gewonnen.

Ze zijn rustig tussen giraffen doorgereden. De giraffen leefden hier oorspronkelijk niet maar om de overvloedige acaciabomen en zaailingen, die hier zeer goed gedijen, terug te dringen is de giraf hier ingevoerd. Ze eten jonge boompjes en schillen de bast van de grotere bomen. Beide acties zorgen voor minder acacia’s. (Trouwens de acacia met zijn enorme stekels was ook de struik waar Jelmer in landde.) Iedereen is onder de indruk van deze vriendelijk reuzen.

Onze wandeling begint ook tussen de giraffen. Hoe indrukwekkend ze zijn is bijna niet te beschrijven. Op een geven moment lopen we in een groep met een baby giraf van een maand. Hij is er bij gaan zitten wat voor ons erg fijn is want dan blijft de hele groep in de buurt.

Onvoorstelbaar hoe groot ze zijn. En hoe ze met hun tong blaadjes tussen de stekels uit halen. Hoe ze staan te drinken. We genieten.

En in een groep dieren zijn en hun aanwezigheid te voelen is bijzonder. We hadden dat bij de chimpansees en bij de gorilla’s, maar ook hier. Ik grinnik om hoe wazig dit klinkt, maar de rust en de veiligheid midden in die groep giraffen, het was zo bijzonder.

We zien in de verte een aantal eland antilopen, hele schuwe dieren, waar we dus niet echt dichtbij kunnen komen. Hetzelfde geldt voor de zebra’s.

En dan zijn we terug bij de weg en haalt Brian ons op. Om na 100 meter weer te stoppen omdat we in een groep zebra’s zitten. Hun strepen laten ze samenvloeien voor een roofdier, zodat hij geen enkeling als prooi kan kiezen. De kleintjes hebben relatief lange poten zodat een luipaard, als hij om de groep sluipt, hen zo niet makkelijk spot. De groten maken een ring om de jongen. En ze zijn prachtig.

En dan komen we bij een waterhole. Er zit een grote groep giraffen (wat een toren heet en geen kudde). Heel veel buffels. Een nijlpaard of twee. Een kudde eland antilopen en vele ossepikkers. Wat een genot. Daar had ik uren kunnen blijven. Prachtig. We gaan helemaal blij terug.


Dan kunnen we heerlijk nog even bij het hotel zitten met een kop koffie uitkijkend over de vlakte. We mogen daar nog even douchen en een heerlijke lunch verorberen.
En daarna gaan we op weg naar ons volgende hotel. Onderweg zoveel om naar te kijken. Nienke maakt prachtige foto’s uit het raam.

Het leukste is echter bij de evenaar als je water door een trechter gooit gaat het water op het zuidelijk halfrond tegen de klok in en op het noordelijk halfrond met de klok mee. (Of net andersom) Het gezicht van Henk is goud, hij gelooft er niets van, gaat de trechter controleren en daarna verplaatst hij de trechter naar de andere kant van de evenaar om het te checken. Nienke maakt een fotoserie van Henk van “verdomd ik word genept” naar “Bliksem het is echt waar”. Goud!




Ik gebruik de reis om dit te schrijven maar foto’s erbij zoeken wordt veel werk.
-
8-1-2026 lake bunyonji

Vandaag staan we wat later op. 7.30 uur zitten we aan het ontbijt. De mannen vertrekken op de fiets en wij in de auto. We genieten van wat er onderweg te zien is. Ik heb 6 jan overgeslagen om toch 7 goed te beschrijven maar er gebeurt zoveel op zo’n dag dat je de blog eigenlijk dezelfde dag moet schrijven. Jasmyn zit voorin met Brian te praten over van alles. Prachtig om te zien.

Onderweg komen we de mannen nog tegen. Een keer halen wij hen in en een keer zij ons. Afdalen gaat sneller op de fiets.

Na twee uur rijden komen we bij lake bunyonyi, het is een kratermeer met diverse eilanden. Het is 25 km lang en 9 km breed. Het is heel diep en erg koud. We gaan met een bootje naar de overkant. Het zou een vogel en vlinderparadijs moeten zijn.

De missie heeft hier een kerk geplaatst op het grootste eiland in het midden. 20 jaar later kwam er een ziekenhuis bij en een leefgemeenschap voor mensen met lepra. Later ook een school, eerst alleen een basisschool , later ook een middelbare.



We kwamen ook langs een ander eiland. Strafeiland. Als een meisje zwanger werd voor het huwelijk, werd ze op dat eiland geplaatst waarna ze doodgingen van de honger of verdronk. Heel soms werd ze gered door een arme man die dan met haar kon trouwen zonder bruidsschat te betalen.

Kraanvogels Het Bakiga volk mag meer vrouwen hebben als ze genoeg geld hebben. De opa van de gids had 16 vrouwen, hij vertelt het vol trots. Het komt erop neer dat een dochter goed is omdat ze een bruidsschat binnen brengt en de jongens zijn er om het huis te beschermen. Het gezicht van Rita bij dit verhaal was puur genieten.

Thijmen, jongen wat zou jij gelachen hebben als je in de boot had gezeten. Mijn feminisme klotste als zuur tegen mijn tanden. Het verging de anderen niet beter. Alleen Jasmyn ging stoïcijns door met vertalen. Niet omdat ze achter zijn verhaal stond maar omdat hij dan in ieder geval even zijn mond hield. We zagen wel een vlinder en een roofvogel. Maar op geen enkele wijze kan ik deze tocht het predicaat hidden little gem geven.

Nienke vroeg of de straf nog steeds bestond. Niet meer. Ik vroeg daarna niet erg tactvol: “wat nou als een vrouw niet wil trouwen, geen kinderen wil of wil studeren.” Om met Jasmijn te spreken, niet slim als je vooruit wil is één vraag voldoende, deze 3 waren voor hem niet eens te bedenken. Het nare was dat hij het vertelde of hij er achter stond of hij het normaal vond. Akelig was het.

Als we met Brian op een grasveldje zitten om te lunchen geven we aan dat we het lastig vonden. Vervolgens krijgen we het over microkrediet dat alleen aan vrouwen verstrekt wordt. Hij zegt dan dat zou bij dit volk niet geaccepteerd worden. En dat was precies wat we allemaal voelden.

De mannen hebben een prachtige tocht gehad. Ze komen stralend terug en vertellen vol enthousiasme over hun rit. Henk lacht van oor tot oor en zegt dat dit de mooiste van alle ritten tot nu toe is. Michel vertelt ook dat dit de mooiste rit die hij ooit in zijn leven heeft gedaan. Roy vond de laatste klim geen feest, maar de top magnifiek. Het uitzicht. De diversiteit tijdens de tocht.


De kok Halverwege de afdaling stoppen ze om wat te drinken. Henk heeft de keuken bekeken. Twee gaten in de grond om op te koken

Bij de lunch zat Michel wat te drijven. Toen Roy zei “Kip moet zijn ei nog op eten” lagen ze allemaal plat. Dit moest als herinnering zeker in de blog.
En dan als ze weer bij de auto’s zijn gaan ze zwemmen in het meer. Roelof blijft best lang in het water, dat is dus zeker geen 10 graden. Weet niet wie er meer bekijks had de locals van ons of de mannen van de locals.

En nu zijn we na een rit van 4 uur over, we eten een English roast. Jasmyn zegt cynisch: “hoera voor het kolonialisme” en legt dan uit hoe we het moeten eten. De rosbief en de Yorkshire pud zijn heerlijk.
Bij de briefing vanavond geven we toch terug hoe de ochtend was. Roelof zegt dat dit wel duidelijk maakt hoe zwaar hij het heeft als ze ons feminisme bespreken, waarna Brian zegt: “Roelof I am praying for you”
We plannen de volgende ochtend en dan blaast Jasmyn ons allemaal van de sokken door te zeggen dat we beter een kwartier eerder kunnen afspreken, nl om 6 uur. Zelfs Roy zegt verschrikt “Jasmijn wat zeg je nou?”.
Ik lig in bed de blog te maken en de geur van natte hond komt uit Roelofs tas drijven. Dat is de enige reden dat het goed is dat het eind van de vakantie in zicht is.
-
6-1-2026 Wie het kleine niet eert…

Voor je gaat lezen kun je misschien beter eerst een kop koffie pakken. Het was een dubbel-programma-dag met veel dat de moeite van het onthouden waard is.

Maak het jezelf gemakkelijk We hebben besloten om vandaag geen rustdag te hebben en toch een gamedrive te gaan doen. Na al het moois van gisteren hopen we op meer. We hopen op leeuwen in de boom zoals de mannen gisteren zagen of een grote groepen olifanten.

In de Acacia links tweede vertakking ligt een gevangen prooi, even de foto vergroten 
Deze gast lag er. We zien grote groepen Kobs, Topi’s, buffalo’s prachtige (roof)vogels en genieten van het landschap. Maar geen in de boom klimmende leeuwen. Wel een prooi in de boom: een wrattenzwijn, zijn pootjes steken koddig uit. Twee gieren in de buurt zitten nog niet aan hem. Dat betekent dat het luipaard in de buurt is maar de boef laat zich niet zien.

Topi 
Buffels De gids wijst ons een groep Kobs, springbokken, allemaal mannetjes’ waar ze vechten zodat ze weten wie het sterkste is. Onze favoriete commentaarstem van de achterbank zegt: “je zou het een boksring kunnen noemen”

Kobs We genieten van de vogels. Mijn favoriet de parelhoen, al is de vechtarend erg indrukwekkend. Ik zie een vogel en vraag: Is het een go-away-bird? “Nee een grey mousebird”. De vogel vliegt weg en Nienke zegt: “Nou is het toch een go away bird.”

We denken een cougal maar welke? 
Bijeneter 
Parelhoen 
Martial eagle Als laatste vlak voor we het park uitgaan zien we een olifant. Een grote man. Indrukwekkend. Als hij tegen onze tegenligger met zijn oren gaat wapperen en ze blijven staan denk ik “shit nee, dit wil ik niet in het echt zien.” Maar dan rijdt hij gelukkig door en loopt de olifant verder of er niets aan de hand is.

Onderweg zijn is een belangrijk deel van de reis. We zien het echte Africa en genieten. De koffieplanten bloeien. Er hangt een heerlijke lucht; fris, bloemig maar niet zoet.


We rijden naar de plek om te lunchen en hopen voor de mannen te arriveren. Bij een kruising vragen we ons af of ze al voorbij zijn. Brian vraagt het. Wij bedenken teksten. “Zeg boer zag je net 5 mafketels op de fiets? Yup en of we go.

We zijn op tijd en wachten samen buiten tot ze komen. Wat een heerlijke plek. Een jongen speelt met een band. Een vrouw maalt meel.



We eten traditioneel Oegandees. Niet iedereen is enthousiast maar Henk zit heerlijk te smikkelen. Ik vind het wel lekker. Niet om thuis te maken maar wel lekker. en het is zeker en ervaring.

De mannen vertrekken na het eten, het is een zware klim naar het volgende hotel. Helaas gaat Roy’s trapas kapot en kan hij niet verder. De bus kan op dat stuk niet bij hen komen. En Kip kan Yusuf niet bereiken. Gelukkig is er een kerk waar de mannen even gaan kijken, Henk drumt nog even voor de dorpelingen. Helaas voor het contact met de auto is kerkgang onvoldoende, er is een nieuwe strategie nodig.


Kip neemt de fiets op de nek en appt een Borda borda. Met de fiets op de nek en Roy op Kips fiets gaan ze naar de bus.

Wij genieten van hun enthousiaste verhalen. Wat ze zien op en langs de weg. De baas op de fiets zonder versnellingen, die rustig 5 minuten mee peddelt is duidelijk een hoogtepunt.


Met ontzag vertellen ze over het enorm zware werk van de stenenmaker. Die met zijn benen in de modder staat en blubber in een mal stort. En zo steen voor steen vormt om ze daarna te drogen en uiteindelijk te bakken. Deze modderstenen zijn niet zo sterk als kleistenen.

Schaterend vertellen ze over de groepsfoto die ze maken tussen de theestruiken. Henk was op een mierenhoop gaan staan om wat hoger te staan. Vervolgens zegt Yusuf als ze terug bij de auto zijn dat de groene mamba vaak in mierenhopen zit.

Om 15 uur zijn we allemaal in het hotel van Bwindi community hospital. Om 16 uur is de rondleiding door het ziekenhuis. Nienke slaapt erg slecht op de mallarone en kruipt even in bed.

Ik heb er geen energie voor, iedere keer dat ik een ziekenhuis in Afrika bezoek denk ik “stomme Mzungu leidt ze op, leer ze geneeskunst, doe niet jouw hobby in een ver land waarna ze, als je weggaat, weer met lege handen staan.” (Mzungu wordt gebruikt voor blanke maar betekent eigenlijk doelloze reiziger. Er zijn veel witte do gooders in Afrika. Jasmyn leert me een nieuwe term “white saviour complex”aan de kaak gesteld op insta. Kanttekening: Er zijn ook witte mensen die oprecht een verschil maken. )

Ik ben dan ook blij verrast over het enthousiasme van Jelmer, Jasmijn en Roelof over de projecten in preventieve geneeskunde, de organisatie van de kraamafdeling, de verzekering die zorg bereikbaar maakt voor velen. De focus ligt op de locale bevolking leren hoe ze zelf goede zorg kunnen leveren. Een stevige basis in publieke gezondheidszorg.

Ook Henk, Rita, Roy en Michel zijn enthousiast en wat sneu dat het intrekken van US AID de hele hiv poli heeft opgeblazen. Ze hadden het heel goed georganiseerd hier. Ze zijn geschokt over de keuken voor de mensen die patiënten begeleiden, donker en vele fornuizen naast elkaar.

Ik ben blij verrast van de lichtheid van het gebouw, de bedden, zelfs de keuken is een major upgrade van 8 jaar geleden toen er een golfplaten dak was, een muur en een betonvloer.

-
7-1-2026 Een scala aan emoties
Het is vandaag een vreemde dag. Ik ben jarig vandaag. Roelofs vader is zaterdag overleden en wordt vandaag begraven. We weten dat het zijn wens was dat we gewoon gingen en we hadden alles goed doorgesproken met Roelofs broers, schoonzussen en Thijmen en Lisa maar het is raar dubbel.

Ik ga jullie toch een verslag geven van onze dag hier want vandaag stonden de gorilla’s op het programma.

We hebben gisteren besloten dat we op tijd zorgen dat we er zijn. We kunnen dan aangeven dat we liever een niet te verre groep willen omdat Rita en ik knieën hebben die niet altijd doen wat we willen. Zoals altijd krijgen we weer een briefing waarin dingen verteld worden over projecten in de buurt en over de gorilla’s. En een groep vrouwen die een dansje doen waarmee osteoporose zo van de baan is. Veel stampwerk. De drums zijn ook briljant er worden 3 verschillende ritmes gespeeld, tegelijkertijd. Dat hoorden we eerder ook. Het is moeilijk om bij in slaap te vallen omdat het zo compleet anders is.
Er zijn nog 1063 berggorilla’s wereldwijd in leven, waarvan ongeveer de helft in Bwindi Impenetrable Forest National Park. Hun aantal lijkt heel voorzichtig te groeien door goede beschermprogramma’s. Met het geld dat ecotoerisme oplevert worden mensen in de omgeving betaald voor schade, de stropers van weleer worden de beste guides en trackers van later. En zij verspreiden het nieuws over de programma’s en welke goede veranderingen het geeft. 20% van het toegangsgeld gaat naar de omliggende gemeenschappen. Ze bouwen er ziekenhuizen van, watervoorzieningen, betere wegen.
Bij vertrek geven Rita en ik aan dat we wel een drager willen voor onze rugzak. En nog beter, hulp tijdens de wandeling. Het voelt decadent, we betalen een Oegandees weeksalaris voor een drager: €20. Wat ben ik die man dankbaar; het was zo onvoorstelbaar steil. En glad. En onbegaanbaar. Er zijn soms paadjes, maar ook regelmatig gewoon dwars door de begroeiing. De heenweg ging zo bizar omhoog en was zo moeilijk dat ik me al zorgen maakte over de terugweg, daar naar beneden gaan zou zelfs met hulp een uitdaging zijn.

Het was schattig: Rita en ik liepen voorop. Eerst mijn drager die mij een hand had gegeven, dan ik, dan Rita’s drager die een hand in de holte van mijn rug legde als het echt steil werd en met zijn andere hand Rita leidde. Het was op een vreemde wijze steunend en troostend.

We liepen 2 uur, wachtten een uur omdat de gorilla’s nog niet een plek hadden en de gids vertelde van alles: Het duurt jaren om een familie aan mensen te laten wennen. Eerst een half jaar waarbij ze zitten en wachten en ze iedere keer een dreigende mannelijke gorilla op zich af krijgen, waarna de trackers achteruit lopen. Na een maand of 6 is de groep gewend aan mensen en vallen ze niet meer uit. Dan komt een jaar waarin een groepje trackers doet alsof ze gorilla’s zijn: ze maken dezelfde geluiden en bewegingen. De ouderen gorilla’s zitten in de bosjes om hen heen. De jongen klimmen in de boom om te kijken. Daarna een lange periode van 1-2 jaar waar ze maximaal 4 toeristen meenemen om ze te laten wennen aan meer mensen en camera’s. Hij leerde ons ook de basis van de taal van de gorilla’s, ze hebben 14 geluiden en het was zo cool toen we dat later in het echt terug hoorden.

Het is grappig in de groep hadden we gezegd dat ik vandaag jarig ben. Vanaf toen heette ik voor de gids en dragers queen of the day, of gewoon mama. En vooral dat laatste voelde als een groot compliment.

En na deze pittige wandeling zitten we opeens midden in de groep. Hoe onvoorstelbaar indrukwekkend. Er zijn geen woorden om dit te beschrijven. Krachtig. Prachtig. Grappig. Vertederend. Je wordt er stil van.

Eerst één en onder een struik nog één. Twee jongelingen zijn stevig aan het stoeien en een kleintje wil meedoen. De moeder maakt steeds het geluid van “ga weg dit is van mij”.

Een kleintje zit op zijn moeder en bekijkt haar gebit. Hij kruipt over haar heen. Wat een geduld laat ze zien. Her en der wordt er gevlooid. Vervolgens wordt er gespeeld in de bomen op en neer.

Spannend moment was nog dat Roelof in het pad staat van een mannetje. Wij sissen nog “kom rustig terug”. Het mannetje loopt langs Roelof en geeft hem in het voorbijgaan een beste klap op zijn been. Gelukkig is er een foto om dit moment vast te leggen.

Ik dacht jullie te laten zien dat een moeder fruitetend met haar kind op de rug rondliep. Schattig. Terug in het hotel bekeek ik de foto’s. Het blijkt een megadrol te zijn waar ze zaden uit smikkelt. Ook dat had de gids uitgelegd. Maar toch iets minder schattig.

Zoals altijd zorgt Rita voor filmmateriaal. Henk ook trouwens. Het is zo mooi om terug te kijken en de geluiden te horen. Deze is van Nienke.

Ik heb zoveel prachtige foto’s. Ik heb een lens geleend en hij is zo fijn. Ben bang dat ik al een cadeau voor mezelf weet. Jammer dat ik vandaag jarig ben.

Op de terugweg zongen de trackers , guide en drager voor me. Happy Birthday en dat ik er uit zag als een gorilla. De guide zei zelfs een wens dat ik zou rijpen als een goede wijn (ik zou denken dat ik al behoorlijk rijp ben).

Vlak bij de auto staat een mevrouw met houtsnijwerk. Roy en Michel willen een beeldje. Ze onderhandelen als groten en het lukt. Serieuze zaak onderhandelen.

Bij het dessert komt de staf me toezingen. Het is zo leuk, ze dansen om de tafel en er is een cake met versiering. Ik moet hem bij 10 aansnijden.

Als ik in bed lig bekijk ik de foto’s van de dag. Van de gorilla’s en van heits begrafenis. Ze zijn met heit langs de boerderij gereden. Wat een rare rollercoaster van emoties heeft deze dag gebracht.
-
5-1-2026 Zoveel beesten.

We beginnen net aan de game drive als we een konijn zien, “die hebben we thuis ook” diskwalificeren we hem gelijk als te spotten dier. Twee tellen later loopt er een nijlpaard terug van het water, now we are talking. Hij rent best hard.

Als we in het park zijn zien we eerst een aantal buffels. Maar al snel een boom met vlees erin. Helaas is het luipaard net in de bosjes eronder gesprongen. En na een periode geduldig wachten en een kleine verspreking (zie onder) rijden we verder.


Ik kijk vol verbazing naar mede game drivers. Een aantal kijkt ronduit verveelt terwijl we staan te kijken naar twee leeuwinnen, 3 welpen, 30+ gieren, 10-15 hyena’s en een aantal maraboes. Naast ons staat een auto met een man en een vrouw. Haar mondhoeken hangen majestueus naar beneden. Ik kijk er naar en zeg: “help me herinneren dat als mijn mondhoeken zo gaan hangen ik een facelift neem”. Nienke sist en zegt: “ze zijn Nederlands”. Wat daarna komt is uiterst ongemakkelijk. Jasmyn en ik moeten heel erg lachen, beschaamd, maar toch lachen, en durven niet meer op te kijken. Nienke en Rita doen verslag van de achterbank: over de gezichtsuitdrukking van deze mensen. Ik verslik me van het lachen in mijn brood. Karma is een bitch.

Daarna weer een boom, dit keer met luipaard, we jubelen. Al zien we alleen poten en een staart. En dan beweegt hij en springt uit de boom. Brian crosst om alle andere auto’s heen. We denken “wat doe je, gek, we kunnen niet door die auto’s kijken”, maar hij rijdt door tot we helemaal vooraan staan. Vet, het luipaard loopt langs onze auto, kruist er voorlangs en loopt weg. We zitten op de eerste rang.

Nienke deelt vol enthousiasme haar jachttrofeeën met ons, prachtige foto’s, zelfs ik kijk tijdens de rit naar de mijne, meestal doe ik dat later. (Ik vind die van Nienke van de luipaard mooier.) En dan als de rust weerkeert en we wat bedaren zegt Rita “ik heb trouwens ook een filmpje voor Nout gemaakt”. Dat filmpje is zo cool! Wow! Wat een mazzel.
De kuilen in het Queen Elisabeth national park zijn diep. Henk heeft ons een nieuwe meetwaarde gegeven: we gingen net langs een gat waar wel 3 kleine koeien in konden.

We gaan gelijk door naar de rivier. De gids zegt dat we met 100% zekerheid nijlpaarden gaan zien. Wij denken “nou, nou, 100, 100, dat is wel heel zelfverzekerd. Dat moet je nooit zeggen.” Maar om met Jasmyn te spreken: “More hippo’s than water” in the Kazinga river. De mannen sturen een locatie voor nijlpaarden op de reis naar het hotel. Olifanten staan hoger op onze verlanglijst.

We mochten allemaal kiezen wat we wilden zien. Ik wilde graag Reptielen. Nienke een krokodil, Rita wilde van alles zien Jasmijn ook. Dat is heel behoorlijk gelukt.




Langs de kant bootjes en vissers. Links blauwe en rechts groene of andersom.

We hebben geluncht en gaan nu naar de volgende lodge. Ik at een soort stevige brij van groene banaan en een maïsmeel pap. Door de kip en de saus bij de kip best lekker.
Nienke is van de woordgrappen
“The egret lodge, you’ll never egret it”
Kijk een varaan “ varaan kun je dat zien?”

En als ik in de auto zeg: “Ik ben mijn bril kwijt, briljante actie” is ze teleurgesteld dat ik het per ongeluk zei.
Man deze weg, pff. African massage XXL, we halen meestal de 30 km niet. De mannen deden het op de fiets in 4 uur. Helaas denk ik dat wij dat maar krap gaan verbeteren. We vragen ons af hoelang een blaas op ontploffen kan staan. We dachten net “oh nog 11 km” en dat is nog 25 minuten.

Terwijl wij onszelf een pietsie zielig vinden sturen de mannen een foto met een boomklimmende leeuw. En van grote groepen olifanten. De mannen hebben de 77 km van vandaag in hoog tempo afgerond. Ze hebben onderweg een picknick gehad. En zijn om 1.15 uur over. Na het zien van onze foto’s en vooral Rita’s filmpje dachten ze waarom zouden we niet zelf ook gaan? Dus hadden ze een gamedrive bijgeboekt. (Het wordt nooit wat met rustig tempo. )


En als klap op de vuurpijl sturen ze een foto dat ze een drankje doen terwijl ze een gamedrive hadden. Het was voor een echtpaar dat ze ontmoet hadden en die ze uitnodigde om even te zitten. Ze hadden niet eens wat gedronken. Maar dat wisten wij natuurlijk niet en tjonge waren wij jaloers in onze warme hobbelende auto.

En dan zegt Jasmijn: “ik zie een olifant!” En statig komt een enorme lonely bull met slagtanden onze kant op gewandeld. Helaas besluit hij dan ook weer om te draaien en zien we zijn achterkant weer uit beeld verdwijnen.

Vijf minuten later roept Jasmyn “weer olifanten, een kudde”. We stoppen en zien in een gat in de begroeiing een achterpoot en een staartje op 5 meter afstand. Brian doet ons dak omhoog en we rijden achteruit en de hele groep is verdwenen. Geen spoor te bekennen, hoe verdwijnt een groep olifanten zo uit het zicht?? Sneu maar fascinerend.
Zoals elke avond eten we samen met onze drie begeleiders en sluiten we af met wat deze dag bijzonder maakte (wat onmogelijk kiezen is) en wat morgen op het programma staat.

-
4-1-2026 Chimps en fietsen

Vandaag staat de wekker om 6 uur en staat de wandeling naar de chimpansees op het programma. Kibale forest reserve strekt zich uit over 700km2 en huisvest 1450 chimpansees.
Het geluid van een chimpansee We worden door de buren van de chimpansees begroet met een welkomsdans en hun enthousiasme en ritme gevoel zijn fantastisch. Het is anders dan in Tanzania, minder nep. Als wij vervolgens gevraagd worden om mee te dansen wijst iedereen Henk (bekende boerendanser) aan. En Henk vraagt Roelof en dan vraagt een stralend klein meisje mij, dus doe ik wat ik altijd gezegd heb nooit te doen, ik ga mee.

Daarna krijgen we uitleg en onze vrouwelijke gids, Flores, ze is aan ons toegewezen en ze staat haar mannetje wel.

We rijden naar een punt maar daar aangekomen stopt er even later een grote dure auto en wij moeten ergens anders heen en dus terug de auto in. Flores baalt zichtbaar.

We gaan naar een andere plek. Beetje sneu gevoel hoe dat ging. Vijf minuten later baalt niemand meer. Chimps, veel bij elkaar, drie in de bomen, tuimelen rond, drie zitten elkaar te vlooien op de grond. Het is zo waanzinnig indrukwekkend hoe je dwars door het bos loopt en op primaten stuit waar je gelijk herkenning voelt. Dat je er bij mag staan, foto’s maken, genieten. Niet te beschrijven hoe mooi. Het is een ervaring die ik iedereen zou gunnen.

Dat bos is nogal dicht begroeid en lianen doen een grijpspel, zeker als we op een half holletje achter Flores aan rennen. Man is ze snel. En iedere keer weer nieuwe chimps. Het kleintje dat op zijn moeders rug rijdt, vertederend. Helaas is mijn bril beslagen door de temperatuur, het rennen, mijn erbarmelijke conditie en last but not least de mondkapjes.

We dragen nl mondkapjes ter bescherming van de chimpansees en onszelf. Ik denk vooral het eerste, dat ze onze virussen niet overnemen. Je mag niet dichter dan 8-10 meter bij ze in de buurt komen, maar als we netjes afstand houden duwen de rangers ons naar voren.

Aan het eind wil Henk een groepsfoto met Flores. Ik zeg: “volg maar gewoon”. Ze antwoordt: “ik ben niet zo volgzaam”. Als ik zeg: “Dat vinden we juist geweldig aan je, wij ook niet, join the club (wijzend op Rita, Nienke, Jasmyn en mezelf) maar in dit geval kan het gewoon” krijg ik een stralende lach en loopt ze met ons mee.


Terug in het hotel gaan we even zwemmen. Dan lunch, daarna vertrekken de mannen op de fiets en houden wij siësta. We draaien de zwemkleding in de zon en drinken thee. En dan gaan we de mannen aanmoedigen, foto’s maken en zien we hoe de dorpen reageren op blanken op de fiets. Kinderen rennen mee en roepen “Mzungu, mzungu” volwassen zwaaien. Wat is dit gaaf.


Alle mannen komen goed over. Roelof met een klein krasje, Jelmer met een gedeukte Garmin, maar verder puur enthousiasme. Het spat er af!
