-
Terug naar huis.
Vanochtend 5.30 uur wakker, 6 uur in de auto. Onze eigen oude stinkbak. Helaas nog niet gemaakt. Roelof kreeg een gutsje. Ik zei al dat ze hun eigen oude bak verhuurd hadden. Maar hij werkte top in de bergen. Allerlei stukken die wij gedaan hebben zijn door de hevige regenval niet meer bereikbaar of zitten zonder elektriciteit. Best mazzel gehad.
Vanochtend begonnen we op het vliegveld met ontbijt van Dunkin Donuts. Thijmen nam de kipwrap. Het rook zo goed dat we er 4 meenamen voor in het vliegtuig. Air France heeft porties voor in een holle kies. Trouwens ook vochtbeperking. Haagse bakkies met een max van twee. Zou het bedoeld zijn dat we niet gaan plassen? “al dat geloop moet maar eens afgelopen zijn we geven geen vocht meer!”

Ze hebben houten bestek dat voelt heel naar aan je lippen. Vooral de lepel. Kort samengevat. Afrader Air France.

Ik ga steeds af bij de controles. Man man man de laatste controleerster ging zelfs mijn knot scannen. Het lag op het puntje van mijn tong om te zeggen waarschijnlijk mijn iud. Maar dan raken onze tere kinders zieltjes weer geschokt.
Heel handig een simkaart van het land waar je bent. Heel onhandig als je het simkaartpiefje niet bij je hebt en je probeert het te wisselen. Gelukkig had een mijnheer op het vliegveld op de stoel naast me het piefje wel.
En toen waren we weer thuis. Het onkruid staat tot mijn kin, groeizaam weer geweest. Heerlijk in ons eigen bed, die matras en dat dekbed. De katten zijn blij dat we er weer zijn. En de was, mmm die is best pittig. Louis halen we straks.

-
De laatste dag
Gisteravond weer muziek, we herkenden de nummers al. De jongens 8 kamers verderop hoorden niets, dat is toch raar? Ik werd wakker om 2.04 uur. Ik hoorde timmeren, boren en een vrouw gillen. ik bedacht nog of het onverstandig was om te gaan kijken, maar vervolgens sliep ik gewoon door. Jelmer ligt in een deuk. “Dat heet een droom, maar lekker empatisch; ik hoor een vrouw gillen, laat ik me nog even omdraaien. ”
6.15 uur opstaan. 6.50 uur taxi, oh nee toch niet, 7.00 uur nog niets, toch George maar gebeld. Hij gaat het regelen. 7.09 uur taxi gearriveerd. Ik vermoed een uit bed gebelde chauffeur, wat een grafhumeur.
Trein naar Tbilisi. Prima geregeld, gehaald, maar wat een lange rit. We hadden gisteren broodjes gehaald. Verschillen smaken waaronder helaas weer een bonenbroodje, klein foutje. Roelof laat hem vallen, gruwelijk wat een zooi, per ongeluk?.

Tbilisi is droog als we aankomen. De overstroming in Batumi is niet normaal en had het nieuws gehaald.
Ik sleep de mannen mee naar Fabrica. Een voorheen textielfabriek maar nu een leerschool voor keramiek, fotografie en graffiti. Ik herken werk van twee mensen uit Berlijn, dat is gaaf. Ik vind mijn keramiek mooier, dat is ook wel eens leuk om vast te stellen.

We gaan er naar toe met een taxi. Oud barrel. Pittig tempo. We verstaan de chauffeur niet maar zijn gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen; Trage rijders kunnen beter gaan fietsen.
We wandelen terug naar het hotel en ik fotografeer een oud huis. Bij later inzoomen staat er een blote man voor het raam. Mijn mannen verdenken me van kwade opzet.

We eten bij Bernards, het eten is heerlijk. Hier aten we onze eerste dag in Georgië en we vonden het leuk om hier ook de laatste dag te eten. Terwijl we er zitten begint het te regenen. Hard! Wat is dat met ons en regen? En nu zijn we in het hotel, klaar om vroeg in bed te kruipen. morgen om 6 uur vertrekken we naar het vliegveld.

-
Nat
Het komt met bakken uit de lucht. Wat maakt dat er een modderstroom van onze auto naar de straat gaat lopen. Voor vandaag staat er een wandeling in de botanical gardens op het programma en een fort. We gaan een indoor programma samenstellen. Een overdekte markt en een museum.

Het rijden naar de markt is een avontuur op zich. De treeplank spoelt ook lekker schoon zo. En de onderkant van de auto. Trouwens de binnenkant ook maar dat was niet de bedoeling. Het is briljant om de auto’s te zien rijden.

Je kunt attributen voor alcohol stoken gewoon langs de kant van de weg krijgen. Ik weet niet, ik vind moonshinen beter klinken. Ik zie het als een mogelijke nieuwe hobby voor oktober als ik geen voorzitter meer ben. Ik schaf sigaren, een schort en laarzen aan en importeer zo’n apparaatje.

En als we voor de markt staan en naar binnen rennen blijken we tot onze enkels door het water te moeten. Ik laat me kruiden en granaatappelsap aansmeren. En ingedroogd vruchtensap en thee. En traditioneel snoep met vruchtensap omhulsel. En ik ga niet afdingen, die lari’s moeten toch op.

Daarmee zijn we door onze laatste lari’s. Helaas kunnen we de entree van het museum even later alleen cash betalen. Waarmee ons museumbezoek ook al in het water valt.
We zijn weer “thuis” en worden opgeroepen voor gebed. Ik heb nog nooit zo’n mooie, warme, melodieuze stem dit horen doen. Je zou het als muziek op kunnen hebben. Ben bijna geneigd om er naar toe te lopen om te zien welke man bij deze stem hoort.
-
Goor
De auto ruikt naar natte hond. De lekkage en 4 paar stevig gebruikte wandelschoenen maken dat in onze auto stappen als afzien ervaren kan worden. Ware het niet dat er onderweg zoveel leuks te zien is. We verlaten ons tijdelijke oud Georgische huis en vertrekken naar de badplaats Batumi. Ik geniet echt van onderweg zijn. En maak foto’s door een gore voorruit. Jemig wat is deze auto smerig.



We hebben een heerlijk hotel met prachtig uitzicht. De jongens willen niks en Roelof en ik gaan even door de stad struinen. Mooie gebouwen maar daarvoor hoeven we het balkon niet af.

We eten een heerlijk broodje en brengen de jongens er uit puur enthousiasme ook een. “Net een saucijzenbroodje” klinkt het weinig enthousiast. Dat zou dat saucijzenbroodje willen vriend…
Ik vind mijn Georgische Shakespeare; Shota Rustveli “De ridder in de panterhuid”. Het schijnt dat ieder gezin gemiddeld wel een exemplaar heeft.
En ik kijk foto’s van Natela Grigalashvili en zoek de dvd van Dede (helaas niet gevonden) en het boek van Nino Haratischwili; Het achtste leven (van Brilka) over leven in Georgië van 1900 tot nu.
Net hebben we gegeten en daarna bij het teruglopen een bui met de dikste druppels ooit op ons dak gekregen. En nu lig ik in bed en wordt op volume maximaal “I did it my way” in het Georgisch gezongen. Jammer dat ik geen geluidsfragment mee kan sturen.
Voor straks Slaaplekker. (Hoe veroorzaak ik kortsluiting in een deel van de stad?)
-
And the microphone smells like a beer.
Vanochtend werd ik wakker met het liedje pianoman van Billy Joel in mijn hoofd. En dan bovenstaande regel. Raar hoe mijn hoofd werkt, blijkbaar heb ik al voor ik wakker word dat mijn hoofd aan gaat. De slaapkamer waar wij slapen, met houten wanden, vloer en plafond, heeft de geur van de kast van mijn oma. (Mijn sinussen lopen instant vol als ik de slaapkamer inloop) “And the bedroom smells like an old linen closet”, daarmee had hij vast de hitlijsten niet bestormd.

Ik zit op de veranda en kijk naar de in wolken gehulde bergen, relaxte plek is dit zo. Het idee van de veranda thuis is een goed plan. Nu nog hopen dat we het door de welstandscommissie van de gemeente krijgen. Tips zijn welkom we willen 3 meter naar voren. Uit de rooilijn. (Schier onmogelijk)
We zitten samen met een Engels stel en een Duitse jongeman die op de fiets is vanuit München. Het is echt supergezellig. We eten samen en lachen veel. De man uit Engeland had de film Dede ook graag willen zien en had bij hetzelfde bioscoopje staan twijfelen. We vinden het jammer dat we elkaar niet in Mestia troffen dan hadden wij samen gegaan en had de rest dat ook niet zielig gevonden. Onze gastvrouw heeft nog gezocht of ze de film op YouTube kon vinden. Dan had ze hem op de veranda laten zien. Er hangt een groot laken om films af te spelen.

We gingen vandaag naar Gora mountain. De weg omhoog was nat en glibberig. Natte klei. Met ontzag keken we naar de Georgiërs die met Opeltjes Astra, Vectra’s, Ford Fiesta en VW golf naar boven reden. Hoe dan? Ik was al onder de indruk hoe Roelof reed met onze grote bak. Het schijnt dat soms boven de lucht openbreekt en dat je dan boven de wolken staat. Helaas wij stonden in de wolken. Het was koud en nat. Jelmer en Roelof probeerden een vuur te maken. Roelof haalde hout en kooltjes uit oude vuurplaatsen. En we hadden een pakje lucifers. Jelmer probeerde het vuur aan te steken met rubbing alcohol. Het lukte een beetje. Een rus van een andere vuurplaats bracht ons kolen om het vuurtje aan te krijgen. Het was grappig.

Ik miste allerlei briljante foto’s. Een familie met een lekke band, ze hadden alle spullen uit de achterbak op de weg staan en een familie van een man of 8, man het was een complete volksverhuizing. Roelof vond dat ik die foto niet mocht maken. Zo zonde, het was goud. In de mist een man op een fiets, mijn toestel stelde niet scherp. Boven op de heuvel waren de meest bizarre huisjes, hout, golfplaat, een oud stuk van een auto. Georgisch nomaden bouwen ze, wij vroegen ons al af of het een soort Centerparcs was. Samen met de mist gaf het een surrealistisch gevoel. Ik heb ook sommige foto’s wel, bijvoorbeeld de man die een ander wilde slepen maar zijn eigen bumper lostrok.

Ik vroeg het later aan onze gastvrouw over de huizen en zij vertelde wat het was. Natela Grigalashvili heeft er prachtige foto’s van gemaakt (https://www.lensculture.com/articles/natela-grigalashvili-the-final-days-of-georgian-nomads)

A house is not a home…. Na het diner vertelde onze gastvrouw over haar familiegeschiedenis en de bezetting door de USSR. Indrukwekkend. Wij zijn in Nederland zo verwend met hoe goed het gaat en onze kansen.
-
Where the living is easy.
Van Jelmer moest ik nog vertellen dat na de hevige regenbuien gisteren de auto weer zo lek als een mandje was. Roelof zat met een reishanddoek de straaltjes op te vangen. Vanochtend hoorden we bij elke bocht water verplaatsen. Een heel rustgevend geluid, als het niet boven ons hoofd in de auto was geweest.

Hier komen was nog een dingetje. Google maps bracht ons aan de andere kant van de rivier. Gelukkig hadden we ook een wandelapp Komoot gedownload. Daarmee konden we in ieder geval vinden waar we wel moesten zijn al stond deze straat niet op de kaart.
We zijn nu 2 dagen in Tsitelmta. Een druk pratende gastvrouw die geen moment stil is. Ze verbouwt thee en druiven en heeft een bamboebos. Ze woont in een traditioneel huis gebouwd door haar grootvader. Op een tafeltje op de veranda een enorme stapel foto’s van 1900 tot nu. Roelof wordt gek van haar maar ik vind het heerlijk. Eindelijk kan ik al mijn vragen kwijt.
De traditionele Georgische huizen zijn twee taartdozen op elkaar. Men leeft op de bovenste laag. De onderste laag is vochtiger en wordt gebruikt om wijn te maken. Ieder huishouden maakt zijn eigen wijn in terracotta vaten die ingegraven zitten in de grond. Litertje of 500 is wel het minste. De bovenverdieping heeft een groot overdekt terras. Oorspronkelijk werd daar ook gekookt. Er werd een rand van houtsnijwerk bovenlangs gedaan. En hekjes met houtsnijwerk. De houten muren schuiven als Lego in elkaar. Onze slaapkamer is in het oorspronkelijke deel. Ik vind het prachtig.

En nu hebben we, na een kopje Georgische thee en wat broodjes jam, onze middag nuttig besteed aan het bouwen van een dam. Tegen de verwachting in was ik de eerste die achterover in het water viel. Gelukkig had ik heel verstandig mijn rok al uit. Roelof, eigenwijs als hij is, heeft net een nat schoentje gehaald. Jelmer heeft eerst zijn spijkerbroek doorweekt maar besloot, toen hij helemaal nat was, dat hij hem beter uit kon doen. Thijmen bedacht dat hij zijn spullen wel aan kon houden ze waren toch vies. Hij vraagt net of het slim is om dit aan te houden bij het zwemmen. Kan iets natter dan nat worden dan?

Dit is een prima dagje zo.
-
Dangerous roads
Het regent als we wakker worden. Nou liever gezegd als ik wakker word, Roelof heeft niet lekker geslapen. Het laken is ruw en hard, het bed kraakt onvoorstelbaar. Voorzichtig omdraaien klinkt als de complete Kama sutra. Hij ligt al even wakker. En het is koud boven de dekens.

Volgens onze gastvrouw is de weg die we nu gaan niet gevaarlijk. Even naar boven en dan gewoon afdalen. Zij is vast pittiger gewend. Voor ons is het andere koek. Ze zijn overal met de weg aan het werk. Het oppervlak is soms wat glibberig en de weg niet echt breed. Ik heb wel eens rustiger gezeten.
Maar wat een weg, wat een uitzicht. We komen bij een gletsjer, we rijden in de wolken. En overal bloemen in alle soorten en maten. Het is de mooiste weg die ik ooit gereden heb.

Het bizarre is wij rijden net 15 km per uur maar iedere stop die we maken is er een hond uit het eerste dorp die meeloopt. Wat een bikkel. Maar we maken ons wel zorgen, beter zou hij terug gaan. Gelukkig doet hij dat uiteindelijk na een kilometer of 20.
En dan komen we aan in Tskaltubo. Een oude badplaats waar vroeger de Russen kwamen kuren. En met de val van de Russen waren er geen inkomsten meer. Overal staan enorme panden leeg. Nou ja leeg… gedeeltelijk leeg. Het lijken onbewoonde huizen maar er wonen mensen. Hetzelfde met Russische blokkendoos flats en met kuuroorden. Ik wil graag foto’s maken in zo’n leeg pand.

Maar eerst naar het hotel, het kost wat gebarentaal om binnen te komen bij de poort. Het regent pijpenstelen. Dan toch door naar het hotel, we krijgen hulp bij het uitladen en staan nat voor de balie. Nee we moeten naar het tweede deel. Spullen terug in de auto, onze hulp rent voor ons uit. Hij is drijfnat. Weer uitladen. Jelmer wordt weggestuurd om de auto te parkeren. De dame achter de balie zegt “jullie driver snapt het niet zo goed”, kan wel kloppen hij is onze zoon en wij snappen het ook niet. En dan blijkt dat we toch terug moeten naar deel een. Ze hebben het al laten weten, iemand stuurt Jelmer terug. We slepen de tassen weer, hebben goed contact met de bellboy zo langzamerhand. Eindelijk; een kamer, hij is schoon en saai.
Roelof en ik rijden samen naar een enorm leegstaand hotel maar er blijken toch mensen te wonen. Met handen en voeten vragen we of we rond mogen kijken en foto’s mogen maken. En dat mag. Bizar. En intrigerend. Wat zou ik deze taal graag spreken en hun verhalen horen.

-
Ushguli
We zitten in het hoogste continue bewoonde dorp van Europa. De weg er naar toe was een pittig weggetje. Halverwege een bord dat er gewerkt werd van 8-12 en van 14-18 uur, “u kunt in die tijden niet door, sorry voor het ongemak.” We reden de ruime eenbaansweg (voor twee rijstroken, maar gewoon verder. En het klopt ze zijn aan het werk.

Ik vind deze weg matig aantrekkelijk. Kijk in de passagierstoel ook steeds over de rand. Jelmer schatert op de achterbank om mijn gezicht dat hij in de zijspiegel ziet. Ze vertellen Roelof dat met zijn rijstijl LOSBS, (late onset shaken baby syndrome) op de loer ligt. Als ik voorzichtig verwoord dat voor iemand die bergen nooit echt leuk vond dit wel een sprong in het diepe is vertellen ze me in alle toonaarden dat er niets mis is met de weg, volkomen veilig. Ik wijs vlak voor ons; oh ja dat kruis dat daar staat is voor gelovigen. Ze moeten er zelf heel hard om lachen.

De mannen zijn toch goed op dreef en het is een genot een stuk te rijden. Thijmen: “ik heb grotere voeten en je weet wat dat betekent; grotere voeten…. grotere slippers”. Jelmer: “je weet Thijm wat er gezegd wordt… shoesize doesn’t matter”.
Roelof ziet een hoop met allemaal takken in de zeer snelstromende de rivier; “een bever?, vraagt hij. De mannen schateren; het betreft dan wel de extreme sportbever. Of het moet de beroemde Redbullbever zijn. Vervolgens nemen ze mij op de hak, ik geef toe dat navigeren niet een kernkwaliteit is maar om te zeggen dat ik dysmapyli heb is onaardig. Thijmen probeerde het nog te verzachten “ je kunt er niets aan doen, je bent directionally challenged of te wel geografisch gehandicapt”.
En nu zitten we in hotel Panorama Ushguli. Het klopt; we kijken uit op de Shkhara gletsjer. Maar eerlijk is eerlijk ik geniet meer van een drie maanden oude pup met de grootste poten die ik ooit gezien heb, die aan mijn voeten ligt. Hij is 3/4 van Louis, nu al. Dit wordt een reus.

Roelof en ik kijken uit op een roedel Kaukaschische herdershonden, hoewel het zouden ook Armeense wolfshonden kunnen zijn, waarvan de dame loops. En verderop bulldozert iemand aan de weg of zijn leven er van afhangt. Maar niet erg efficiënt. Net een voetbalwedstrijd; Roelof geeft aanwijzingen vanuit zijn stoel. “Levendig dorp, Ushguli.”
-
Mestia
Vandaag beginnen we met een ontbijt dat zoals altijd prachtig is. Naast ons twee Nederlanders; ze gaan morgen een driedaagse hike doen en zij wil even niets. Dus kiest hij een hike van 6 uur.

Née, dan Roelof “we gaan een hike doen van 1,5 uur, grotendeels plat”, dus doe ik geen brace om mijn knie. We beginnen met een authentieke Indiana Jones brug. Ligt deels los en sommige plankjes ontbraken. Daarna stijl omhoog. 4 Indiërs haken hier al af, maar die waren ook al niet heldhaftig op de brug. Het is altijd mooi om te zien hoe sommige mensen proberen de kabels van de brug vast te houden waardoor ze op hun tenen beginnen en middenin bijna op hun knieën moeten.

Het pad gaat inderdaad na een pittige stijging best relaxed vals plat verder. Het water staat hoog en brult langs ons heen, indrukwekkend. Tot het pad in het water verdwijnt en we een nieuw pad moeten vinden. Dat is best een uitdaging. Springend van steen naar steen vervloek ik mezelf omdat ik de brace niet om heb. Na een half uurtje buffelen zien we opeens links van ons mensen gewoon lopen. Er is wel een pad! En redelijk begaanbaar ontdekken we als we er naar toe geklauterd zijn.

En dan zien we in de verte ook de gletsjer op bereikbare afstand. Prachtig. Raar dat je aquablaauw in een gletsjer kijkt. Dus wandelen we verder, en daarna terug. En na een kleine 3,5 uur zijn we terug bij de auto.

We lunchen in het stadje. Ik wil graag naar de Georgische film Déde die over een vrouw in Ushguli gaat. Dat ik het niet versta neem ik dan wel voor lief. De mannen verklaren me voor gek. Ik overweeg alleen te gaan maar de wandeling terug naar het hotel is meer dan mijn lijf lief is.
We kijken even in het museum. Mooi opgezet, veel overlap met het vorige. Dan brengen we de jongens naar het hotel en gaan Roelof en ik een illy cappuccino scoren. We twijfelen of het wel illy is en indien wel dan is het de halve dosering koffie, das jammer. En nu zit Roelof met een biertje en ik met een homemade glas witte wijn. Onze gastvrouw durfde het eerst niet te schenken omdat het zelfgemaakte wijn voor eigen consumptie is. Ik vind het lekkerder dan de gemiddelde fles. Het is prachtig amberkleurig, wat honingachtig maar niet zoet, kruidig. Lekker dus.

-
Een lange reisdag
Vandaag gaan we naar het Noorden. Roelof rijdt en ik navigeer. Nou ja ik zou moeten navigeren maar na de 3e afslag waar ik, als we rechtdoor crossen, roep “Heee hoo hier moeten we links (of rechts) af” vind ik toch dat ik iets beter op moet letten. Roelof draait met bewonderenswaardige kalmte iedere keer de auto.
Zelfs met airco voel je hoe warm het is. Na ruim 2 uur wil ik even lunchen of iets drinken. We lopen naar het enige terrasje dat we in lange tijd zijn tegenkomen. De eigenaresse maakt een salade. En net terwijl ik kijk doet ze de lepel naar haar mond, proeft en roert weer verder. oké laten we cola drinken en bij de bakker en de Spar eten halen.
Jelmer en ik lopen door de Spar. Wat voorverpakt brood waar je iemand mee dood kunt slaan, dat laten we liggen. Nutella. En zoute koekjes, altijd goed met dit weer. Voor Thijm met pizzasmaak. Bij de bakker nog 1 soort brood. Ja is goed. In de auto blijkt dit brood gevuld met bruine bonenpuree. Best lekker vinden Jelmer en ik, niet te hachelen volgens Roelof en Thijmen. Maar zeker niet te combineren met Nutella.
We staan op de op één na grootste dam van de wereld. Hij is zo groot dat een panoramafoto hem een Gaudí-uiterlijk geeft. (Jammer de blog pakt geen Panorama-foto’s)

De route is prachtig. Steeds duiken andere bergtoppen op. En als we bijna in Mestia zijn zie je overal Svantowers, verdedigingstorens.

De weg in het dorp naar onze slaapplek (een homestay, een slaapplek bij mensen thuis) is indrukwekkend smal. We zijn blij met onze Toyota, al zou Roelofs droomauto, de Lada 4×4, hier beter door passen. En dan stopt de weg helemaal en wordt wandelpad. Ik wandel een stuk; er zijn nieuwe hotels/ homestays gebouwd, tja dat kan de helft van een weg kosten. De mannen rijden terug en vinden een nieuwe route. Jelmer navigeert veel beter dan ik.
Onze slaapkamer kijkt uit op een Svantoren. De douche is heerlijk. Het bed oké. Alleen is er iets in deze kamer waardoor mijn neus en holtes instant dichtslaan. Het zal de gezonde berglucht wel zijn.

We kunnen om 19 uur aanschuiven. Onze gastvrouw heeft gekookt. Lekker. Jullie hadden allemaal mee kunnen eten. De meest rechtse, kubdari is echt heerlijk.
