• 21 juli ‘26 de mooi mooi waterval

    De middag van de voetbalfinale zouden we nog naar de mooi mooi waterval gaan, maar de bootsman en Giovanni wilden de wedstrijd graag zien. Dus zeiden we: “laten we van de waterval afzien, dan zijn jullie op tijd thuis”.

    Vanochtend ging de rest van de gasten kanoën en zijn wij naar de waterval gegaan. Half uurtje met de boot, 20 minuten lopen, 20 min terug.

    Het is prachtig en ik besluit niet mee naar boven te gaan, om niet uit te glijden, omdat ik toch altijd mee wil doen. Damn ik wordt nog verstandig op mijn oude dag.

    Ik vermaak me met een timelapse waarbij duidelijk wordt hoe lekker Roelof koud water vindt en hoe Thijmen en Lisa wat later komen. Helaas, hij is te groot, hij laadt niet. Gelukkig maakt Giovanni wel foto’s (Ook zonder hem erin trouwens)

    En ik probeer een hele grote blauwe vlinder (de blauwe morpho) vast te leggen. Het wordt een blauwe blob tegen een oerwoudrand. Dat ding vliegt onvoorspelbaar en snel. En alleen de bovenkant van zijn vleugels is blauw. Dus eigenlijk is dat blauwe vlekje dat ik vastleg nog heel knap. Als ze boven blijven staan praten terwijl ze allemaal aangekleed zijn zwelg ik in zelfmedelijden. My Fomo hits hard.

    En dan lunch: er is erwtensoep! Erg lekker ik ga mijn recept toch aanpassen. Iets meer pit kan best. Ook rijst met kip en groente, het AVG’tje van Suriname, (RVG’tje) wel altijd heel veel groente. Heerlijk.

    Het vliegtuig terug gaat om 12.45 uur. We zijn met twee groepen en ik heb hun start opgenomen, maar ook dat bestand is te groot.

    Wat een ervaring vind ik dit! Na een wat hobbelige vlucht van 1.15 uur, tegenwind, landen we weer in Paramaribo.

    Alleen al door de bagagehal lopen is een feestje. Eierdozen, een uit elkaar gehaalde buitenboordmotor, dozen voor Jacobus, Fransman. Wat is nog voor mensen om op te halen en wat gaat nog mee naar afgelegen oorden. En onze tassen staan keurig op ons te wachten. We mochten maar 8 kg de man mee naar Kabalebo, en dan zijn onze camera’s een stevige slok op een borrel. De rest van de tas stond in opslag op het vliegveld.

    Bij de auto die ons ophaalt om naar Peperpot te gaan krijg ik tot mijn verbazing mijn verloren jurk terug.

    Ik vind het raar Peperpot, het is een boutique hotel, met een zwembad en een luxe terras bij het voormalig koffiedepot. Wij zitten net achter het koffiedepot naast het zwembad in een van de vele huisjes. Roompot ipv Peperpot denk ik als ik het zie.

    Ik doe nu vast overgevoelig maar hier was een plantage met slaven. Hier ligt een stevige geschiedenis. Niet de witste bladzijde in het boek. Als ik een milde vergelijking wil maken: kamp Westerbork ligt mooi, laten we er een boutique hotel opzetten. Maar eigenlijk denk ik dat de geschiedenis hier in wreedheid eerder Auschwitz aantikt. Het voelt wrang.

    De koffieloods
    De koffiefabriek
    Door een spleet gegluurd van de koffiefabriek

    En opeens tussen al die stralende huizen staat er dit huis. Door en door verwaarloosd waarom? In de tuin een grote schaal. Een gruwelschaal, daar werd suiker in gemaakt. Suikerriet geperst en dan werd het vocht geroerd tot er een dikke rietsuikerstroop ontstond. Alleen als het verbrande werd, om een voorbeeld te stellen, de veroorzaker in de pot gegooid en er moest door de anderen geroerd worden tot die persoon dood was. Dood in suikerstroop, temperatuur 115-120 graden.

    Die grote kom in het midden

    We zitten een drankje te doen op het terras en kijken in het boek met mogelijke excursies. Laten we een plantagetoer doen die recht doet aan de voorgeschiedenis van dit gebied. En een vroege wandeling op het natuurgebied peperpot. De gidsen op verschillende plekken zijn enthousiast over de natuur op het peperpotreservaat. Er staat al een avondwandeling gepland. Voor een 3 nachten verblijf voelt deze invulling beter. We zijn te uitgerust om drie dagen voor dood aan het zwembad te liggen.

    Ik hou jullie op de hoogte als ik meer genuanceerde info vergaar over Peperpot.

  • 20 juli ’26 een heerlijke dag!

    Jelmer en ik hangmatteren, dat is een werkwoord in Suriname. We zijn het er over eens. Wat een geweldige dag was dit. Roelof komt net naar buiten en zegt “ik zie een probleem, er zijn maar 2 hangmatten”. Jelmer en ik zien geen probleem.

    We beginnen ‘s ochtends weer vroeg en drijven de rivier af. Als eerste horen en zien we de ara’s, die zijn niet te missen, zelfs niet als leek. Je hoort ze al van verre aankomen altijd 2 of meer, het zijn trouwe partners.

    Dan zien we een gemengde groep kapucijn- en doodskopaapjes. Man wat genieten als ze van de ene naar de andere boom springen. De doodskopaapjes zijn hier behoorlijk “gewichtig”, “net Aura” zegt Jelmer, “chunky munkey” zegt Thijmen, je reinste fatshaming.

    Vlak hierna sprong hij.

    We genieten van het echtpaar zwartkeelkardinaal en hun twee jongen. In het Engels heten ze red-capped cardinal en dat is eigenlijk veel logischer want de ouders hebben een prachtig rode kop. Het jong heeft een betere schutkleur.

    We wandelen anderhalf uur naar een stroomversnelling, onderweg zien we een prachtig gifkikkertje en een leguaan die bijen eet, hij zit voor het nest, een beetje vals wel, maar slim. Iedere bij die een poging waagt wordt opgesmikkeld.

    We eten bij de stroomversnelling, hebben onze eigen lunch gedragen. Het is zo warm dat we eerst besluiten af te koelen. Onze gids Giovanni is heel zorgzaam. Hij zorgt dat iedereen zonder kleerscheuren door de stroomversnelling komt en lekker in het water kan zitten. Het is een tactiek zorgen dat je steeds tegen een vaste steen een voet zet. Na eerst de kat uit de boom gekeken te hebben billenschuif ik naar een nieuwe plek. Daarna krijgen we packed lunch.

    Wat een heerlijke plek. En wat is het water lekker koel.

    Daarna terug naar de boot. Het is al warm als we onze kleren weer aandoen. Warm is hier een film van vocht en druppels die van je afglijden. De zon brandt in je huid. Ik vraag me oprecht af hoe zinvol deet en zonnebrand zijn, trekt het in je huid? Of is het na 10 minuten verdwenen? Nou ja ik heb geen verbranding gehad en ben niet vaak geprikt, dus het werkt vast. Wel een paar keer door mieren. Maar die kruipen onder mijn broek met zonnefactor en anti-insecten laag.

    Bij de boot aangekomen, zien we de bootsman vrolijk met kleren aan rondzwemmen. Daarna gaat Giovanni er ook in. En vervolgens volgen we allemaal. Nieuwe levensles natte kleren zijn heel lekker in de zon. Veel koeler.

    En dan, op de terugweg, zien we twee tapirs in het water. Ze spurten naar de wal en verdwijnen in een vloek en een zucht. Maar hoe grappig, hoe ze hun neus boven water houden en dat ze kunnen duiken.

    En daarna nog hoog in de lucht koningsgieren. Wat een joekels.

    We zitten dus in de hangmat en zien opeens een tapir op de andere kant van de landingsbaan, met zwarte vogels erop. Gieren? Is hij dood? Het lijkt wel zo. We gaan toch kijken, verstoort wappert de tapir met zijn oren en staat geïrriteerd op. Krijgt hij een beautybehandeling van de caracaras en dan komen wij zijn rust verstoren.

    ‘s Avonds doen we nog een avondtocht. Ik heb samen met Thijmen mijn basisinstellingen veranderd. Wat een verademing. Mijn toestel voelt weer als mijn toestel.

    We zien grote ogen in de verte. De hulpgids rent en wenkt ons. We denken iets spectaculairs, rennen als gekken. En dan hoor ik hem bruine rat zeggen, hmm dat valt tegen. Tot ik oog in oog met de rat sta. Tering, dit beest is zo groot als een poedel, een post-apocalyptische rat out of hell. Een beest waar nachtmerries van gemaakt worden. Buidelrat zei hij, buidelrat. Weet niet zeker of ik hem nu leuker vind. Later zien we er nog een, deze is lichter met een wit gezichtje. Veel schattiger, “maak snel een foto!” Ik denk: “Gast het is pikdonker, je licht bij met een zaklamp, en ik moet mijn camera instellen”. Het is niet gelukt.

    Wel heel veel spinnen en een slang. Heel erg gaaf. En als we bijna bij onze kamer zijn nog een buidelrat. Deze blijft keurig zitten.

  • 19 juli ‘26 Bosdiva’s en stuntmannen

    Om 5.30 uur worden we allemaal wakker van een vogel. Wat een kabaal. Bij het ontbijt bespreken we deze lawaaimaker. “Weet iemand welke vogel het was?” “Ja” zegt Roelof, we kijken verbaasd: “het was de kleine klootzak”

    Vanochtend om 7.30 ontbijt. We kijken eerst hoe de huisara’s gevoerd worden met havermoutpap met honing en banaan. Volgens Jelmer zijn er veel Nederlanders die slechter ontbijten. Vervolgens krijg ik een standje omdat ik mijn handen niet heb gewassen. Geestig, dat is heel lang geleden.

    Om 8.30 uur zitten we in de boot. Het is prachtig. En in de ochtend is de temperatuur nog lekker. Dat verandert al snel in de loop van de ochtend. De luchtvochtigheid is denk ik 100% en als je iets doet lekt het zweet van je gezicht. En muggen zijn hier zoveel. We drenken ons in Deet.

    De ara’s kondigen hun komst al van verre aan. Het lijkt dat als we aan de andere kant kijken naar apen, ze meer kabaal gaan maken. Ze zijn prachtig dat zeker, maar ook erg luidruchtig.

    De apen zijn adembenemend, wat een sprongen. zelfs een moeder met een jong.

    We hebben een pauze bij de stroomversnelling. Heerlijk, allemaal in het water. Het is moeilijk om je te verplaatsen maar de gids geeft heel precies aanwijzingen hoe je je voeten moet zetten. Uiteindelijk zitten we allemaal heerlijk in de stroming. Roelof zegt nog dat hij the last man standing is en vervolgens kiept hij om.

    We krijgen een lunch. Rijst met kip en groente. Zelfs nog warm. Het eten is hier zo lekker.

    Ik zit nu aan het zwembad te schrijven. Dit is echt heel leuk, ze kijken met 6 man de wedstrijd in het zwembad. Op een telefoon die op een slipper staat. Briljant. Het is ook bijzonder hoe continue getwijfeld wordt of een goal geteld zal worden of niet. Argentinië heeft in de verlenging 1 schot op doel gehad. En over de scheids “als hij omgekocht is hoop ik dat hij er van geniet deze wedstrijd fluit hij prima!” Wat een bizar toernooi dit. “Spanje speelt alsnog beter ook al wint Argentinië.” Poah spannend. Gewonnen!!! “Damn al het personeel is voor Argentinië straks tuffen ze in ons eten.” Ze voorspellen hoe Trump de beker uit zal reiken. En dat hij zelf ook een medaille wil. En de gedeelde hoop is dat mensen Trump gaan negeren. Maar we zullen het niet weten. Het is 19 uur geweest, te laat voor het eten.

    Kijk even naar het scherm
    Na het doelpunt.

    Oké ik ga verder. We hebben na de lunch gewandeld, kapucijnaapjes van heel dichtbij gezien. Ze springen om en om uit een palm. Prachtig. Maar het is zo warm, de shirts van de jongens zijn door en door nat. (Hoe lang blijven jongens jongens?)

    Als we gaan eten zit er een hele familie capybara’s aan de andere kant van de landingsbaan. Het is helaas eigenlijk te donker voor een foto. Jelmer en Roelof besluiten na het eten over de airstrip te lopen met een lamp.

    Als laatste moet ik nog noemen dat Lisa zo relaxed op de boot is dat ze even ingedommeld is.

    En dat Roelof zijn foto’s heeft geschoten in creative style. Heel zonde maar ook wel heel grappig. we hopen dat we dat terug kunnen zetten.

    (En de kleine eikel is er ook weer)

  • 18 juli ‘26 vliegen en muggen

    Ik word wakker van een geluid. Het klinkt alsof een hamster een zonnebloempitje eet, maar trager. Ik zie niets en besluit dat doorslapen slimmer is…. Wel slimmer maar het lukt niet. Raar dat alle geluiden buiten me niets doen, maar dat dit me wakker houdt. Goed moment om de blog van gisteren te schrijven.

    We zijn in Kabalebo. Om hier te komen zijn we met een 20 persoons vliegtuigje hier naar toe gevlogen. Dat is een geweldige ervaring. Eerst over Paramaribo, over de moskee en de synagoge. Ik blijf dat mooi vinden.

    Het beeld gaat al snel over in bomen, oerwoud, heel veel oerwoud, net kleine broccoli stronkjes en dan heel veel, daartussen af en toe een heel hoge boom. Die bomen zijn een soort van heilig, als je hem omhakt brengt het ongeluk. Dit wordt zo sterk geloofd dat er soms een extra bocht in de wegen zit om de boom heen. Ze zijn ook prachtig.

    Het oerwoud, de rivier, moeras
    De zandweg met een plek waar goud gewonnen wordt

    Want die zie je ook, zandwegen, lange lijnen door het bos. Uitlopend in een rood zand cirkel. Goudwinning, vaak illegale goudwinning. Als ik de wegen zie snap ik het uiterlijk en de gehardheid van de mannen die we zagen bij de pomp beter.

    En dan zijn we er. Na een spectaculaire landing over een grasbaan.

    We zijn op verschillende plekken geplaatst. Jelmer, Thijmen en Lisa in het hoofdgebouw, wij in een ander gebouw. Ik vind het niet leuk en naast ons zijn plekken vrij. We besluiten ze te verhuizen. Jelmer komt aangelopen. We willen vragen of hij het ook een goed idee vindt, maar Jelmer, die nooit klaagt, verzucht: “onze kamer is zo warm je kunt er eieren koken”. Hij vindt verhuizen een goed idee.

    We eten even. Lekker. Twee keer per dag warm en altijd lekker. Geen wonder dat we allemaal zijn aangekomen. We moesten nl wegen voor we in het vliegtuig naar Kabalebo konden. Heel confronterend.

    En dan de natuur in. Eerst een wandeling; piep kleine kikkertjes, een hoornspin, ook onze vriend met de roze tenen. Vreemd hoe hij in mijn hoofd een extravagante man is geworden. Ze hebben hier een huis tapir en huis ara’s. Lisa is heel goed in spotten van piepkleine diertjes en vogels.

    Daarna gaan we met de boot. Er ligt een kaaiman vlak bij het startpunt van de boot. En we zien zoveel. Ara’s in allerlei verschijningsvormen. Slingerapen als zwarte blob in de verte, capucijnapen, de Guyanan bearded saki. Voor die laatste staat de gids bijna te dansen in de boot. Helaas alles op grote afstand.

    Nog even eten en op tijd naar bed.

  • 17 juli ‘26 luiaards

    Vanochtend zijn we weer vroeg opgestaan met een bootje zijn we de Saramaccarivier af gevaren. Het is prachtig, het water spiegelglad, vogelgeluiden en in de verte brulapen. We zagen twee lamantijnen (zeekoeien) nou ja een stukje van ze. Lisa en Thijmen zagen de eerste, de rest niet. Daarna lag Lisa op wacht met de camera, heel lang en ik zei plagerig lukt het een beetje? En ik kijk langs haar en zie een zeekoerug door het water glijden.

    We zien ver in het bos een doodskopaapje, vier toekans en roofvogels. Maar verder is het een rustige reis.

    Daarna maken we thuis ontbijt, natuurlijk hou ik me niet strak aan de opgedragen minuten in de oven waardoor ons broodje minder perfect is dan zou kunnen. Maar perfect genoeg.

    Om 12.30 uur gaan we op de fiets naar het luiaardopvangcentrum. Helaas is er geen uitzetting vandaag. Alleen Sid is er, een mislukte opvang die, luiaard die hij is, besloten heeft dat een slimme luiaard een luie luiaard is. Hij komt dus steeds terug omdat hier zijn eten aangereikt wordt. Het is leuk om hem van zo dichtbij te zien. Vooral de poten zijn fascinerend.

    Hij zit in een klein hokje maar dat staat altijd open. Hij kan gewoon weg
    Achterpoot van de tweetenige luiaard heeft wel drie tenen.

    Daarna fietsen we even naar het dorp voor lunch, (niet onze beste beslissing) BLOEDHEET en niet veel keuze in de winkel. En omdat we mogelijk een uitzetting mee mochten doen, hadden we allemaal een lange broek en lange mouwen aan. Maar ach vanavond eten we weer bij Kenneth.

    Timelapse van Lisa omdat het zo grappig is.
    Feeling hot, hot, hot!
    Een bak noedels, banaantjes en pompelmoes

    We zitten aan het zwembad. Jelmer, Thijmen en Lisa doen een spel. Waarbij twee aan één kant staan en de ander aan de overkant, dan gaan ze alledrie onder en zegt één een woord. De twee aan de andere kant moeten dan het woord raden. Ze zijn al wel een half uur bezig.

    Daarna gooien ze ballen over, er verandert niet veel in 15 jaar.

    Kenneth is aan het koken. Hij bereidt het eten voor vanavond. Heeft muziek opstaan uit de jaren 80, lekker. Gisteren zei Jelmer: “het enige wat ik mis is jazzmuziek, maar verder geeft dit de Roel-Dijkema-vibe.” Het klopt wel, een lange slanke man die heel rustig eten aan het koken is, terwijl hij geniet van muziek.

    Het eten is verrukkelijk. Damn wat kan die man koken. We stellen hem voor om een kookboek te maken, desnoods een vlog “Surinaams koken, iedereen Kenneth” (voortbordurend op een woordgrap die Nienke bedacht).

    Morgen vliegen we naar Kabalebo dan zijn we weer 4 dagen offline.

  • 16 juli reisdag

    Gisteravond kregen we dit appje van Jelmer. In mijn slaapshirt ging ik kijken. Cool beest. Onze gids heeft trouwens nachtogen, hij ziet slangen in bomen door de vorm. Hoe dan?Bigi Pan is een blackspot. Een plek zonder lichtvervuiling. Het is hier donker.

    We zijn vanochtend rustig begonnen. Geen toer, gewoon slapen en ontbijt. Ik hou van het continue klotsen op deze plek. Ik word er rustig van. Roelof en Lisa daarentegen helemaal niet. Het stoort ze en het doet wat met hun slaap.

    Respect voor Lisa die een hekel aan boten heeft. Suriname heeft meer kanalen en rivieren dan Nederland. Overal is water. En ze gaat meestal mee in de boot.

    Trouwens Thijmen en Lisa douchen nog net niet met deet, maar ondanks dat zijn zij de muggenmagneten. Voor ons werken die twee beter dan de wierookstokjes die we steeds krijgen. Wij liggen slecht in de muggenmarkt.

    Ik had er een vinger naast kunnen leggen, maar ik kan ook vertellen dat het twee kootjes zijn.

    Thijmen en Lisa doen het trouwens goed op alle insectenmarkten. Zijn onze huisjes voor twee personen max, zij runnen een soort hostel.

    Om iedereen een indruk te geven van het Akira hotel in Bigi Pan: een timelapse en een video, alle bossen die je ziet zijn mangrove en dus nog steeds water.

    Thijmen vraagt een rectificatie van 14-7: Er was wel een Melkweg. oké, oké maar zoals Henk Kerkdijk altijd zegt: “laat de waarheid nooit een goed verhaal in de weg staan”

    We zijn onderweg naar Bloemendaal. Eerst weer met de boot en daarna met de bus. De chauffeur zegt snel iets over 5 uur. Zijn we er om 5 uur of is het 5 uur rijden? “Ja”, is het antwoord. Spannend.

    Ik neem bij de eerste stop Fernandes kersen en het is de beste Fernandes tot nu toe. En ik neem koekjes en bananenchips mee. De eerste is zacht zoet en heeft een heel fijn mond gevoel. Heel dun en krakerig als iets dikkere Pringles. De tweede is onverwacht hartig. Tja zo spannend kan een reisdag zijn.

    We komen aan op Bloemendaal. Hebben twee delen van een huis, heel mooi! De manager geeft ons een rondleiding. Ze houdt van regels, laat ons het huis zien. Ze heeft roze en blauwe handdoeken. Ik zeg voor de gein blauw voor het zwembad, roze voor binnen. Jelmer herhaalt het. Ze kijkt stralend en zegt “eindelijk mensen die duidelijkheid waarderen”.

    Het leukste is bij de koelkast bij het zwembad, dat ze de “kinderen” vertelt dat ze even aan hun ouders moeten vragen of ze wat drinken mogen pakken. Dat is zo’n 9 jaar geleden dat we die rol hadden.

    Kenneth heeft gekookt, man wat is dit lekker. Roti verkeerd, verkeerd want met suddervlees rund en groente twee soorten. Heerlijk. Morgen kookt hij weer voor ons.

  • 15 juli pfff vol programma

    Na het overlijden van pake kregen alle kleinkinderen een gift. Thijm kocht er een camera van. Voor ons is fotograferen nu anders. Wij: “ach wat leuk hij heeft een heel spits snaveltje“, Thijmen: “en hij heeft een kever in zijn bek”. Over de priem-snavel-muis-specht.

    De ochtendtoer was prachtig. De specht met felrode veren op zijn hoofd, het natte ijsvogeltje, de buizerds en de warmrode ibis. Genieten.

    Strak programma 6.45 vogels, 8 ontbijt, 10 uur modderbad. Dat laatste was echt heel grappig. Je moest diep graven tot de witte klei. En je daarmee insmeren. We “hielpen” elkaar. Roelof kreeg een hoorn, Jelmer vleugels en ik spierballen. Aan je voeten voelde het als pindakaas met nootjes. Ook dit modderbad brengt herinneringen aan Vlieland.

    Ik klei een dolfijn. Jelmer’s “maak je een drol?” laat geen oog voor kunst zien, maar gelukkig ziet Lisa het wel meteen. Ik laat mijn dolfijn hoog door de lucht in het water springen. Wat schetst onze verbazing als Jelmer hem even later terugvindt als hij nieuwe klei wil pakken. Lisa kleit een schedel, waar helaas de kaak afvalt. Al met al een zeer geslaagd uurtje spelen.

    Na het eten gaan we krabben vangen. Nou ja ik vang foto’s en nieuwe kennis. Bijvoorbeeld hoe je mannen en vrouwen krabben kunt onderscheiden. De gids haalt ze met zijn slof uit de bak. Op hun buik hebben ze een verschillend patroon.

    Vrouwtje heeft een soort kommetje op haar onderlijf

    De gidsen hebben vele draadjes met een stuk vis aan de reling gebonden, waar de krabben op af komen. Zijn krabben aaseters? Blijkbaar wel.

    Roelof en zijn visvriend met het net vangen ook nog een meerval(letje)

    We gaan weer vogelen. Dit keer gaan we de mangroves in. Het grote meer heeft hoge golven maar in de mangroves is het spiegelglad. Raar, het lijkt wel een Engels landschap alleen is overal water.

    Wat is de specht toch waanzinnig en de rode ibis. Zo mooi, je wordt er stil van.

    Je toestel stil houden op een boot is wel next level.

    Als toetje varen we een tak van een boom, waarna er een explosie van kleine miertjes volgt, die ons allemaal, maar met name de mensen op links proberen aan te vallen. Jelmer schuift het nest het water in en begint iedereen schoon te vegen. Thijmen, achter hem, slaat ze in massa’s dood. The Thijminator. We zijn nu een uur verder en ik heb steeds jeuk, overal.

    Vanavond gaan we nog op kaaimannen jacht. Morgen de hele ochtend vrij.

    Wauw, wauw, wauw wat een tocht. Briljante sterrenhemel en melkweg en deze gids zag echt iedere slang. Briljant! Vijf slangen, een iguana, een groene leguaan en een kaaiman.

  • 14 juli ‘26 aftelversjes en heel veel vogels

    Na een heerlijk ontbijt vertrekken we naar Bigi Pan. Eerst 4 uur met de bus. Daarna nog een stuk met de boot. Ik luister een geweldige podcast “De plantage van onze voorouders” door een nazaat van een plantagehouder en een nazaat van een tot slaaf gemaakte, die samen op onderzoek gaan naar hun roots. 

    Ik ben zo benieuwd heeft iemand van jullie bij geschiedenis ooit iets gehoord over de Nederlandse rol in slavenhandel en plantages? Ik heb Roots gezien over slavernij in Amerika. Veder niet. Roelof ook niets. Jelmer’s geschiedenisleraar was gepromoveerd op de Nederlandse slavenhandel. Thijmen en Lisa iets meer dan ik, maar niet hoe ze, in lagen gestapeld, de oversteek maakten. Saillant detail. Ons kinderversje Ienemienemutte stamt uit deze tijd en werd gebruikt om de vrouw aan te wijzen die die avond verkracht zou gaan worden. 

    Lange reis en helaas niet genoeg bereik om mijn podcast af te luisteren. Het laatste stuk van de reis was zo gaaf. Al heel veel vogels: van een verwaaide buizerd tot een roodharige specht. En heel veel reigers.

    De eerste drie zijn wij, links de vogeltoren.
    Roelof met pet, ik met grijns

    Nu zijn we in Bigi pan = Groot meer. Waanzinnig. Het hotel staat midden in het meer. Het klinkt als het wad op Vlieland. Heerlijk. De huisjes zijn prachtig en ik lig nu in de schaduw op een ligstoel te genieten van de bries en het water. Er komen fregatvogels over. Bizarre silhouetten

    Om 17.30 uur hebben we een avondtocht. Hele zwermen kleine zilverreigers vliegen over. 10-20 vogels in een zwerm. Magisch! Dan een zwerm rode ibissen. Helaas een jonkies, die zijn nog niet rood. Pas na 2 jaar als ze voldoende garnaaltjes hebben gesnackt. Sokoireigers, wat een joekels. Blauwe reigers, mijn favoriet. De kwak, vast geen Nederlander die deze naam bedacht. Thijmen schoot ook nog een klein buizerdje dat eruit zag of hij een nacht had doorgezakt. Thijm maakt prachtige foto’s.

    Jacanda
    Kleine zilverreiger
    Kleine blauwe reiger
    Rode ibis. Juveniel.

    En de takken die boven water stonden. Ik zou ze zo in klei willen vangen.

    Deze zit op het topje

    En de luchten…

    En nu liggen we in bed. We kregen wierook mee tegen de muggen. Helaas heeft Jelmer gelijk: werkt ook fantastisch als je astma wilt verergeren.

    Volgens Thijmen is er al een stukje Melkweg te zien

  • 13 juli ‘26 Piranha’s en een lange tocht.

    Vanochtend ging ik vroeg op. Om 6.45 uur zat ik klaar. Ik wilde op deze laatste dag nog vastleggen hoe mooi het is als de boten uit de nevel komen. Niks nevel, pure mist. Pas een uur later werd het beter.

    Om 8 uur rinkelt de bel. We zitten heerlijk te ontbijten als er plotseling van alle kanten doodskopaapjes opduiken. Het is duidelijk, de bananen ruiken heerlijk. We worden gewaarschuwd echt niets te geven al kijken ze extreem schattig. Dus kijken we hoe ze hun best doen ons te verleiden.

    Wat eten jullie? Bananen?

    Na het eten gaan de mannen op piranha’s vissen. Ze krijgen twee rauwe kippenpoten als aas. Een jongen die eigenlijk op school had moeten zitten helpt ze door de techniek uit te leggen. De piranha’s knabbelen en moeten op zo’n moment met een forse ruk aan de haak geregen worden. Als ze hun twee kippenpoten gevoerd hebben aan de piranha’s, leent hun plaatselijke coach twee karbonades in de keuken. Het mag niet baten.

    Het water staat hoog. Het is bizar hoe de bootsmannen steeds weten hoe ze moeten varen. We zigzaggen terug naar waar de weg begint. Je kunt aan de stroming in het water zien waar rotsen zijn en waar stroming, maar ze varen ook ‘s nachts. Diep respect.

    Thijmen spaart vogels alsof het Albert-Heyn-tattoos zijn. Hij jaagt op ijsvogels, wat hier toch een rare naam is, het Engelse kingfisher is veel toepasselijker in de tropen. Er is er een met een grijszwarte kop, een dikke zwarte snavel en een staalblauw lijf. Mooi is hij.

    De bus heeft een heel zacht zielig toetertje, bij een lelijke eend misschien, of een oude VWkever, maar dit toetertje op de bus… Het lijkt of hij heel verlegen vraagt of hij er alsjeblieft langs mag.

    We zijn weer in Paramaribo. Jelmer en Roelof gaan even geld halen en wij wachten om zo samen naar het restaurant te lopen. Ik zet nog even een ventilator aan waarbij ik bijna wegwapper. Vijf minuten later is dat niet meer nodig het stortregent en waait. Het druppelt niet eens, het suist. R&J sturen onderstaande video. Thijmen zegt hoog en droog in het restaurant: “we zijn toch niet van suiker?” Jelmer geeft terug dat ze proberen een kano te lenen.

  • 12 juli ‘26 Marrons en luiaards

    Vanochtend gingen we naar het Marron museum. Marrons zijn de eerste ontsnapte slaven die zich in de bossen verstopten. Ze kregen hulp van de inheemse volken. Het museum is gebouwd door vier Rastafariers die veganistisch en zoutloos leven. Hoe kom je dan aan een adequaat dieet?

    We zien hoe iemand een boot bouwt. Er wordt een boom uitgehold en door vuur te maken wordt het hout buigzaam en kunnen ze een bredere basis maken. 

    Onze gidsen Hedy en Stefano. Ze waren leuk samen.

    We kunnen er in de huisjes kijken. Een vrouwenhuis en een mannenhuis. Getrouwde stellen wonen niet bij elkaar maar afzonderlijk in de wijk van hun moeder. Kinderen blijven bij de moeder. Met meer dan 3 kinderen wordt het heel krap. Het nachtelijke spel zou ik dan liever ergens anders spelen, maar ja wie ben ik. 

    Ik ben er nog niet achter of dit kinderen bij de moeder in de buurt van de moeder bij alle gevluchte slaven het geval is of dat het alleen zo werkt voor de groep die slaaf was bij de joden. Jodensavanne ligt halverwege op weg hier naar toe. Deze Marrons vluchtten van Joodse plantages. 

    Ik zit te bedenken dat de joden op de vlucht vanuit Portugal naar Brazilië gingen. En vervolgens toen Brazilië een kolonie van Portugal werd, doorvluchtten naar Suriname. Hier leefden ze zonder vervolging en in vrede met de omgeving. Ik opper dat dit misschien wel hun beloofde land is. Waar ze de islamieten de helft van hun grond afstaan zodat deze een moskee kunnen bouwen. Jelmer begrijpt me verkeerd: “Zal lekker vallen bij de Marrons als je hun land aan de Israëlieten geeft” en na een korte stilte “je bent lekker op dreef deze vakantie mam, eerst een bejaardenhuis in een oud gebouw voor “levende goederen” en nu dit”. Dat was niet wat ik bedoelde maar het is wel grappig.

    Als we teruglopen zien we een jongen die tranen met tuiten huilt. En zijn moeder moppert. Het blijkt dat hij een piranha had gevangen en met zijn vinger in zijn bek checkte of het beest dood was… nee dus. Volgens de gids had zijn moeder gezegd dat hij niet zo moest huilen om zijn eigen domheid. Onze jongens in koor: “Precies wat jij gezegd zou hebben mam. Echt exact hetzelfde.”

    We zien een roofvogel. Ik denk een wouw maar wel met een rare staart, bijna als een zwaluw. De gids legt uit zwaluwstaartwouw. We hadden het zelf kunnen bedenken.

    ‘s Middags gaan we naar het yogaplatje, zwemmen naar de stenen en drijven terug. Thijmen is er niet gerust op en vindt dat we voorzichtiger moeten zijn. We lezen en kijken rond. We horen plonsen en een getik tegen een boom maar geen bijpassende beesten. 

    (Helaas Marrons geen foto’s)

    Bij de gebouwen ga ik nog opzoek naar vleermuizen. Onvoorstelbaar moeilijk te fotograferen. Ik heb tientallen wazige foto’s. Maar mooie beesten, prachtig. Net als de reptielen. Die liggen voor dood op het pad te zonnebaden, buik op de grond pootjes gestrekt. Er valt tijdens het eten nog een gekko op Lisa. Na de eerste schrik geniet ze van zo dichtbij bekijken hoe die kleine kleefpootjes grip op haar jurk hebben. 

    ‘s Avonds spelen we een spelletje. En morgen gaan we die lange reis terug maken. Maar eerst gaan we ‘s ochtends met een lijn vissen op piranha’s. 

Familie van WelLingen